Hoe langdurige blootstelling aan imidacloprid kan leiden tot de ondergang van bijenvolken

Imidacloprid is het eerste zeer efficiënte insecticide waarvan het werkingsmechanisme berust op bijna volledige en vrijwel onomkeerbare blokkade van de postsynaptische nicotinerge acetylcholine receptoren (nAChRs) in het centrale zenuwstelsel van insecten. Imidacloprid bootst de werking van acetylcholine na, maar wordt, in tegenstelling tot acetylcholine, niet gedesactiveerd door acetylcholinesterase en activeert daardoor permanent nAChRs. De chronische blootstelling van insecten aan imidacloprid leidt dientengevolge tot cumulatieve en vrijwel onomkeerbare blokkade van nAChRs, die functies vervullen in vele cognitieve processen. Een honingsbij moet tijdens een voedselvlucht vele complexe visuele patronen leren en zich ook weten te herinneren. Deze cognitieve functies kunnen worden verstoord wanneer nAChRs, noodzakelijk voor de vorming van lange termijn geheugen en betrokken bij het vrijmaken van deze informatie, voortdurend worden geblokkeerd. Bij sub-letale doseringen van imidacloprid treedt bij de honingsbij dan ook een verandering van het foerageergedrag op. Op 29-03-2012 werd het causale verband tussen bijensterfte en neonicotinoide bestrijdingsmiddelen in twee artikelen in het tijdschrift Science onweerlegbaar bewezen.

Imidacloprid is in concentraties van 5.7 μg kg-1 gevonden in stuifmeel van Franse bijenkorven en de foeragerende honingsbijen verminderden hun bezoeken aan een voedselbron als deze met 3 μg kg-1 imidacloprid was vervuild. Haalsterbijen alsmede bijen en kroost in de bijenkorf staan voortdurend bloot aan imidacloprid wanneer dergelijk vervuild voedsel wordt verzameld en opgeslagen in de bijenkorf. Door twee onafhankelijke groepen (in Frankrijk en de VS) is recentelijk aangetoond dat blootstelling aan 5 μg kg-1 imidacloprid honingbijen zeer gevoelig maakt voor de darmparasiet Nosema (bijlage). Deze werkingen zijn in de loop van de tijd zeer schadelijk voor het bijenvolk en verklaren de verhoogde bijenvolksterfte van de laatste jaren. Deze onderzoeksresultaten bevestigen de publicaties (bijlage) van de toxicologen Henk Tennekes en Francisco Sánchez-Bayo over de grote overeenkomsten in het dosis-werkingsprofiel van kankerverwekkende stoffen en neonicotinoide insecticiden. Gevreesd moet worden dat een veilig blootstellingsniveau voor neonicotinoiden bij insecten en andere geleedpotigen in feite niet bestaat, en dat iedere hoeveelheid schadelijk is voor deze organismen. Bijgevoegd een poster van Henk Tennekes en Francisco Sanchez-Bayo die op 23 mei 2012 op het zesde wereldcongres van de SETAC (Society of Environmental Toxicology and Analytical Chemistry) in Berlijn zal worden tentoongesteld.
Het ultieme bewijs voor de bepalende rol van het neonicotinoide insecticide imidacloprid bij de sinds enkele jaren sterk verhoogde bijenvolksterfte (tabel 5 in de bijlage) wordt geleverd met een wiskundige vergelijking, die het verband beschrijft tussen de blootstellingsconcentraties en blootstellingstijd totdat een dodelijke werking optreedt. Als je dus weet met hoeveel imidacloprid de nectar en het stuifmeel (dat was meegenomen naar de bijenkast) besmet waren, kun je uitrekenen na hoeveel tijd bijensterfte zal optreden. Dat bleek in het onderhavige geval binnen 14 dagen te zijn. Aangezien winterbijen een levensverwachting van enkele maanden hebben, betekent deze dodelijke werking dus gegarandeerd het einde van een bijenvolk.

Het bewijs werd geleverd door de Spaanse geleerde Francisco Sanchez-Bayo, die samen met zijn Japanse collega Kouichi Goka op 15 april 2012 een weerwoord op de literatuurstudie van Tjeerd Blacquiere c.s.. bij het tijdschrift Ecotoxicology had ingediend, dat echter op 2 augustus 2012 werd afgewezen door Lee R. Shugart, PhD, Editor-in-Chief van Ecotoxicology (terwijl twee van de drie reviewers van mening waren dat het manuscript - met geringe nader omschreven wijzigingen - geschikt was voor publicatie). In de literatuurstudie van Tjeerd Blacquiere et al. (Blacquière, T., Smagghe, G., van Gestel, C., Mommaerts, V., 2012. Neonicotinoids in bees: a review on concentrations, side-effects and risk assessment. Ecotoxicology 21, 973–992), die ook aan de Tweede Kamer is aangeboden, wordt vastgesteld dat de NOEL (no-observable-effect-level) voor imidacloprid bij 20 ppb ligt, maar het werk van Tennekes toont aan dat zelfs een 100-voudig geringere concentratie (0, 2 ppb) nog sterfte binnen de levensverwachting van honingbijen veroorzaakt. De risico's zijn dus schromelijk onderschat.

Bronnen:
- Marie-Pierre Chauzat, Jean-Paul Faucon, Anne-Claire Martel, Julie Lachaize, Nicolas Cougoule, and Michel Aubert (2006) A Survey of Pesticide Residues in Pollen Loads Collected by Honey Bees in France. Journal of Economic Entomology 99(2): 253-262 (bijlage).
- E. C. Yang, Y. C. Chuang, Y. L. Chen, and L. H. Chang (2008) Abnormal Foraging Behavior Induced by Sublethal Dosage of Imidacloprid in the Honey Bee (Hymenoptera: Apidae). Journal of Economic Entomology 101(6):1743-1748 (bijlage).
- Cédric Alaux, Jean-Luc Brunet, Claudia Dussaubat, Fanny Mondet, Sylvie Tchamitchan, Marianne Cousin, Julien Brillard, Aurelie Baldy, Luc P Belzunces, and Yves Le Conte. Interactions between Nosema microspores and a neonicotinoid weaken honeybees (Apis mellifera). Environ Microbiol. 2010 March; 12(3): 774–782 (bijlage).
- Jeffery S. Pettis & Dennis vanEngelsdorp & Josephine Johnson & Galen Dively (2012) Pesticide exposure in honey bees results in increased levels of the gut pathogen Nosema.
Naturwissenschaften DOI 10.1007/s00114-011-0881-1 (bijlage).
- Sánchez-Bayo, F. (2009) From simple toxicological models to prediction of toxic effects in time. Ecotoxicology 18:343-354 (bijlage).
- Tennekes, H.A. (2010) The significance of the Druckrey–Küpfmüller equation for risk assessment—The toxicity of neonicotinoid insecticides to arthropods is reinforced by exposure time. Toxicology 276, 1-4 (bijlage).
- H. A. Tennekes and F. Sánchez-Bayo (2011) Time-Dependent Toxicity of Neonicotinoids and Other Toxicants: Implications for a New Approach to Risk Assessment. J Environment Analytic Toxicol S4:001. doi:10.4172/2161-0525.S4-001 (bijlage).