Het boek "Farmland Birds across the World" is verschenen

gele kwikstaart.jpg

Een rijk geïllustreerd boek, geschreven door zeven deskundigen op het gebied van landbouw en vogels en samengesteld door het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM), dat het vogelleven op landbouwgrond wereldomvattend in beeld brengt, is per 1 april 2010 verschenen. Het boek besteedt aandacht aan de vele bedreigingen waaraan vogels blootstaan. In de bijlage de lijst van vogels die in het boek staan.

Voor veel bedreigde vogelsoorten is de mestfauna een belangrijke voedingsbron

roek.jpg

Ongewervelden die zich in de mest bevinden, zoals larven van vliegen en mestkevers, zijn een voedingsbron voor insectenetende vogels maar vaak ook een belangrijke eiwitbron voor de jongen van vogels waarvan de volwassenen zaadetend zijn: spreeuwen Sturnidae, kraaiachtigen (o.a. roek Corvus frugilegus, kauw Corvus monedula, zwarte kraai Corvus corone en ekster Pica pica), leeuweriken Alaudidae, gierzwaluwen Apus apus, zwaluwen (o.m. huiszwaluw Delichon urbicum en boerenzwaluw Hirundo rustica) en kwikstaarten Motacillidae (witte kwikstaarten Motacilla alba eten Sphaeroceridae).

Habitat- en voedselkeus van de laatste Zwitserse Ortolanen

ortolaan.jpg

Het is vrijwel zeker dat de ortolaan (Emberiza hortulana) inmiddels uit Nederland en Vlaanderen is verdwenen. De precaire stand van de ortolaan in Zwitserland was aanleiding om in 2007 een onderzoek te starten naar de habitat- en voedselkeus van broedvogels met jongen, maar snel werd duidelijk dat de werkelijkheid het onderzoek had ingehaald. Er werd niet meer gebroed. Er werd een poging gedaan het foerageergedrag van de laatste Zwitserse ortolanen vast te leggen. Bespoten mais werd het vaakst gebruikt as foerageergebied, gevolgd door rogge en grasland, en vervolgens onbespoten mais. Binnen de bezochte habitats hadden foeragerende vogels een voorkeur voor kale grond wat de keuze voor met herbiciden bespoten maïs verklaart (hoewel de graslanden een groter aanbod van ongewervelde dieren hadden). De keuze voor bespoten maïs was waarschijnlijk de minst ongunstige optie binnen een sterk verarmd leefgebied.

De Grauwe Gors is in Nederland uitgestorven

grauwe gors.jpg

De broedpopulatie van de Grauwe Gors (Miliaria calandra, Synoniem: Emberiza calandra) in Nederland is van 1995-2001 met ongeveer driekwart afgenomen. De laatste bolwerken waren Limburg en de uiterwaarden van de Waal. Het landbouwkundige grondgebruik was sterk geintensiveerd in gebieden waar de Grauwe Gors was verdwenen. Vanaf 2008 werd geen enkel succesvol broedgeval van de Grauwe Gors meer gemeld.

Sterke afname van weidevogels in het Wormer- en Jisperveld 2004-2007

300px-Wormer_Jisperveld.jpg

Het Wormer- en Jisperveld is het grootste aaneengesloten veenweidegebied van West-Europa en één van de best bewaarde voorbeelden van het West-Nederlandse laagveenlandschap. In 2007 is in het Wormer- en Jisperveld de derde gebiedsdekkende broedvogels inventarisatie en vergelijking in het kader van het monitoringsplan van "Vereniging Natuurmonumenten" uitgevoerd. Weidevogels zoals grutto en kievit zijn in aantal sterk afgenomen t.o.v. 2004. Ook scholekster, tureluur en veldleeuwerik gingen hard achteruit.

De stille lente: neergang van insecten en broedvogels in Kortrijk sinds 1949

180px-Broeltorens.jpg

Zestig jaar lang heb ik de vogels in een studieterrein op het grondgebied van Kortrijk (100 ha) bestudeerd. Er heeft een aanzienlijke vermindering van vele soorten insecten (het best gedocumenteerd voor vlinders, sprinkhanen en meikevers) plaatsgevonden en ook de flora is aanzienlijk verarmd. Er was een algemene vermindering van de avifauna. Het zijn vooral de kleine zangvogels die achteruit gegaan zijn. Het aantal koppels kleine zangvogels is van 494 in 1950 gedaald tot 130 in 2000. De zangvogels vinden simpelweg onvoldoende voeding om hun voortplanting op peil te houden.

Uitstervende zadelsprinkhanen en kleine wrattenbijters in Gelderland

zadelsprinkhaan.jpg

Gelderland is een zeer belangrijke provincie voor de Nederlandse sprinkhanenfauna. Voor de zadelsprinkhaan Ephippiger ephippiger en de kleine wrattenbijter Gampsocleis glabra herbergt Gelderland zelfs een groot deel van de Noordwest-Europese populaties. De zadelsprinkhaan is sinds 1980 in 16 gebieden in Gelderland gevonden. Deze gebieden zijn in 2004 onderzocht en de soort bleek nog maar in 10 ervan voor te komen. De populaties zijn sterk van elkaar geïsoleerd. Tussen Nijmegen en Mook kwam de zadelsprinkhaan vroeger op een groot aantal plaatsen voor, vaak ook met veel tegelijk. De soort komt nu alleen nog voor rond het noordelijke heideveld van Mulderskop. De kleine wrattenbijter heeft nog slechts één populatie in Nederland: de Oldebroekse Heide.

Het aantal egels in Nederland in de afgelopen tien jaar gehalveerd

egel.jpg

Op grond van voorlopig onderzoek lijkt het aantal egels in Nederland in de afgelopen tien jaar gehalveerd. De egel komt van nature vooral voor in kleinschalige boerenlandschappen, zoals nog in grote delen van Oost-Nederland zijn te vinden. In deze landschappen met veel houtwallen, heggen, kleine bosjes en rommelhoekjes op erven is voor de egel niet alleen voldoende voedsel te vinden, maar ook veel plek om zich te verschuilen. De soort is een scharrelaar met oorspronkelijk vooral insecten, wormen en slakken op het menu.

Insecticidenverbruik in Duitsland in 2005

200px-Doppeldecker_01_KMJ.jpg

In Duitsland zijn de producenten van bestrijdingsmiddelen wettelijk verplicht de jaarlijkse omzet voor binnen- en buitenland door te geven aan het Bundesamt für Verbraucherschutz und Lebensmittelsicherheit (BVL). Navolgend een overzicht van de omzet van insecticiden in het binnenland in 2005. Uit deze gegevens wordt niet alleen duidelijk dat Imidacloprid tot de meest gebruikte insecticiden in Duitsland behoort, maar ook dat de stof in vergelijking met vele andere insecticiden die in Duitsland worden gebruikt veel giftiger is voor honingbijen, veel langzamer wordt afgebroken in de bodem, en veel gemakkelijker wordt uitgespoeld naar het grondwater. De extreme vervuiling van het Nederlandse oppervlaktewater met imidacloprid en de hoge bijensterfte in de Randstand is dan ook niet verassend. Ook de voor bijen zeer giftige neonicotinoide insecticiden Clothianidine en Thiamethoxam hebben een vergelijkbaar ongunstig milieuprofiel.

Kamervragen over de bescherming van weidevogels in het broedseizoen

Kamervraag.jpg

Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de bescherming van weidevogels in het broedseizoen. (Ingezonden 24 juni 2009)

Inhoud syndiceren