De grootschalige landbouw verdrijft de steenuil uit de Betuwe

Little-Owl-nbsp--nbsp--nbsp--nbsp-Athene-noctua[1]_0.jpg

De steenuil (Athene noctua) is Nederland’s kleinste uilensoort. Hij bewoont het kleinschalige agrarische landschap waarin weides met heggen zich afwisselen met hoogstamboomgaarden, bosjes, erven en rijen knotwilgen. Steenuilen eten het liefst muizen, maar ook veel kevers, wormen, larven, rupsen en soms kikkers en kleine of jonge vogeltjes. Landelijk is tussen 1960 en 1992 het aantal steenuilen met 50% afgenomen, maar ook sinds 1990 gaat de steenuil nog verder achteruit. De laagste aantallen van de steenuil worden gevonden in de drie noordelijke provincies en in Zuid- en Noord-Holland. In de OverBetuwe is hij gelukkig nog redelijk algemeen in het buitengebied. Toch is lokaal in de midden- en oostelijke Betuwe nog sprake van achteruitgang. Het grootschaliger en intensiever worden van de landbouw heeft bijgedragen aan zijn achteruitgang, ook in de Betuwe. Door het verdwijnen van de kleinschalige structuur van het landschap en de intensivering van de landbouw nam het voedselaanbod en de variatie van het voedsel snel af. De lage prooidichtheid noodzaakt de steenuil tot het maken van langere voedselvluchten. Dit kost veel extra energie met slechte broedresultaten tot gevolg.

Meer dan de helft van de dagvlindersoorten neemt sinds 1990 in populatie-aantal en verspreiding af

philatelynews_butterflies.jpg

Sinds 1992 zijn de populatie-aantallen van vlinders in Nederland sterk afgenomen. De laagste waarden zijn bereikt in 2007, 2008 en 2012. Van de 50 gevolgde soorten nemen er over de hele periode (1990-2013) gerekend 27 in populatie-aantal af. Gemiddeld genomen daalt het aantal bezette kilometerhokken gestaag. Gemeten vanaf 1990 nemen 28 soorten af in verspreiding. Een aantal vlindersoorten komt alleen nog maar in enkele kleine natuurgebieden voor. Veel dagvlindersoorten staan daardoor op de rode Lijst van bedreigde dagvlinders. Het aantal soorten op de Rode Lijst en de ernst van de bedreiging daarvan verbetert niet.

Biodiversiteit in vrije val

2012-Australia-Underwater-Sea-Creatures-Postage-Stamps.jpg

De internationale inspanningen om de achteruitgang van de biodiversiteit tegen 2020 aan banden te leggen hebben gefaald. Dat stelt het tussentijdse VN-rapport over de huidige stand van zaken van de biodiversiteit. Op de VN-conferentie over biodiversiteit (COP12) die vandaag in Zuid-Korea start, zijn 200 landen samen om het verlies aan natuur en soorten te bespreken. De doelen die de leden in 2010 hebben vastgelegd om dat verlies aan banden te leggen, omvatten onder meer inspanningen om de vernietiging van de natuurlijke habitat van soorten tegen te gaan, vervuiling te verminderen en overbevissing te stoppen tegen 2020. Twintig doelstellingen werden daarvoor onderverdeeld in 56 elementen en slechts vijf daarvan zitten vandaag op schema. Volgens de experts in natuurbehoud wijst dat op een absoluut gebrek aan vooruitgang terwijl we al halfweg de termijn zijn om die doelen te bereiken.

Omslag nodig in landbouw, bosbouw, visserij en waterbeheer om biodiversiteitsverlies te stoppen

biodiversiteit2.jpg

Hoewel internationale inspanningen om het verlies van biodiversiteit te stoppen op enkele terreinen resultaat boeken, leiden deze tot op heden niet tot verbetering in de toestand van de natuur wereldwijd. Landbouw, bosbouw, visserij en waterbeheer zijn de belangrijkste veroorzakers van het verlies van biodiversiteit, maar kunnen ook een sleutelrol spelen in de oplossing. Volgens prognoses van het PBL neemt de biodiversiteit bij ongewijzigd beleid wereldwijd in de komende 40 jaar met 10% af. Dit is het gevolg van een 50-70% toename in de vraag naar voedsel, hout, energie en water voor een groeiende en steeds rijker wordende wereldbevolking. Dit is geïllustreerd in onderstaande figuur waarin de verliezen in biodiversiteit (uitgedrukt in de biodiversiteitsmaat 'Mean Species Abundance') worden toegerekend aan verschillende sectoren. Alleen door ingrijpende veranderingen in de productiewijzen in genoemde sectoren en een beleid van lange adem kan de achteruitgang worden vertraagd.

In Nederland heeft bijna een derde van de bevolking een of meer chronische ziekten

chronische ziekte.png

Dit komt neer op 5,3 miljoen mensen. Deze schatting is gebaseerd op een selectie van 28 chronische ziekten, gemeten in de huisartspraktijk. Chronische ziekten komen op alle leeftijden voor, maar vooral onder ouderen. Van de mensen van 65 jaar en ouder heeft 70% een chronische ziekte. Onder de 65 jaar hebben meer vrouwen dan mannen een chronische ziekte, daarboven is er relatief gezien nauwelijks verschil tussen mannen en vrouwen. In totaal zijn er meer vrouwen dan mannen met een chronische ziekte, onder andere omdat er meer oudere vrouwen zijn dan oudere mannen. Vijfendertig procent van de mensen met een chronische ziekte heeft meer dan één chronische ziekte (op basis van dezelfde selectie van 28 ziekten). Dit komt neer op 1,9 miljoen mensen ofwel 11% van de totale Nederlandse bevolking.

Natuur en biodiversiteit worden ondergeschikt gemaakt aan economische belangen

natuur.jpg

Natuur en biodiversiteit moeten vooral dienstbaar aan de economie zijn, een zuiver natuurdoel is naar de achtergrond geschoven. Dat concludeert Landschapsbeheer Nederland na bestudering van de miljoenennota 2015. Onder de post Natuur en Regio is bij het ministerie van Economische Zaken voor 2015 een bedrag van 293 miljoen euro opgenomen. Deze middelen komen maar gedeeltelijk echt ten goede aan natuur en landschap. Natuur en biodiversiteit worden in de toelichtende tekst van deze begrotingspost beschreven als dienstbaar aan de economie, onder andere in de vorm van levering van grondstoffen, wateropvang en vestigingsklimaat. Een zuiver natuurdoel is naar de achtergrond geschoven. Natuur krijgt daardoor niet de positie en waardering die nodig is, stelt Landschapsbeheer Nederland. Bovendien worden echte natuur- en biodiversiteitsdoelen en ambities op het gebied van soortenbescherming door het kabinet vooral gekoppeld aan internationale afspraken.

Chronische blootstelling aan pesticiden verhoogt kans op de longziekte COPD

longen.jpg

Boeren en tuinders die met gewasbeschermingsmiddelen werken hebben een verhoogde kans op de longziekte COPD. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Kim de Jong aan de Rijksuniversiteit Groningen. Mensen die op hun werk met bestrijdingsmiddelen in aanraking komen, vertoonden de sterkste, snelste en meest consistente verslechtering van de longfunctie, zo stelt De Jong. In het onderzoek werd gekeken naar de gevolgen van beroepsmatige blootstelling aan sigarettenrook, giftige dampen, stoffen en gassen. Dit bleek te leiden tot een minder goede longfunctie en het vaker voorkomen van COPD. De Jong gebruikte voor haar onderzoek gegevens uit twee andere studies naar de gezondheid van de algemene populatie, die van LifeLines en Vlagtwedde-Vlaardingen.

Tussen 1970 en 2010 zijn de zoogdier-, vogel-, amfibie-, reptiel- en vispopulaties wereldwijd met 52 procent gekrompen

biodiversiteit.jpg

Met name in arme landen is de biodiversiteit sterk afgenomen. Dat blijkt uit onderzoek van het Wereldnatuurfonds. Het Wereldnatuurfonds presenteert de onderzoeksresultaten in het ‘2014 Living Planet Report‘. Het rapport – dat elke twee jaar verschijnt – richt zich op drie gebieden: de populaties van meer dan tienduizend gewervelde soorten, de menselijke ecologische voetafdruk (consumptie van goederen, productie van broeikasgassen) en de bestaande biocapaciteit (de natuurlijke bronnen die we gebruiken om onder meer drinkwater en voedsel te produceren). “Er is heel veel data te vinden in dit rapport en dat kan overweldigend en complex lijken,” erkent Jon Hoekstra, werkzaam bij WWF. “Wat niet gecompliceerd is, zijn de duidelijke trends die we zien: 39 procent van de wilde dieren op het land is verdween, 39 procent van de wilde dieren in het water is verdwenen, 76 procent van de wilde dieren in zoet water is verdwenen en dat allemaal in de afgelopen veertig jaar.”

Blootstelling aan pesticiden tijdens de zwangerschap verhoogt de kans op een autistisch kind

autism-stamps-english[1].jpg

Er zijn al diverse oorzaken van autisme bekend: complicaties tijdens de zwangerschap, virale infecties en genetische afwijkingen. De jongste jaren vestigen steeds meer onderzoekers hun aandacht op de gevolgen van milieuverontreinigende middelen. Volgens The Verge bevestigt een nieuwe studie van de universiteit van Californië het verband met autisme. De Amerikaanse wetenschappers bevestigen het vermoeden dat neurotoxinen, gaande van pesticiden tot kwik en diesel, de ontwikkeling van de hersenen bij foetussen beïnvloeden. Hun studie verscheen vandaag in Environmental Health Perspectives. De onderzoekers vergeleken gegevens van het California Pesticide Use Report met de adressen van 970 kinderen die deelnemen aan een lopende studie over autisme. Ze ontdekten verbanden tussen de chemicaliën waaraan de moeders voor de conceptie en tijdens de zwangerschap werden blootgesteld en eventuele ontwikkelingsstoornissen bij hun kind. Om beïnvloeding door andere factoren uit te sluiten, hielden ze ook rekening met de inname van vitamines, socio-economische status en stofwisselingsstoornissen tijdens de zwangerschap.

Canadees advocatenbureau eist namens bijenhouders schadevergoeding van producenten neonicotinoïden

Bees_Set[1].jpg

Over de schadelijke uitwerking van neonicotinoïden op bijen is inmiddels voldoende bekend. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat deze pesticiden een belangrijke rol spelen in de wereldwijde massale bijensterfte, die imkers grote zorgen baart. In diverse landen zijn de neonicotinoïden inmiddels (deels) verboden. Maar het blijven de meest toegepaste pesticiden ter wereld, en dus gaan chemiebedrijven als Bayer CropScience en Syngenta gewoon door met de productie van de gevreesde stoffen. Daartegen is een Canadees advocatenbureau een procedure gestart. Advocatenkantoor Siskids roept zowel professionele als hobbybijenhouders en honingverwerkende bedrijven zich massaal aan te sluiten bij de eis van een schadevergoeding, die omgerekend 283 miljoen euro bedraagt. Ze willen daarmee bereiken dat Bayer CropScience en Syngenta stoppen met de productie van pesticiden die neonicotinoïden bevatten. Binnen de Europese Unie is gedurende 2 jaar de toepassing van 3 soorten neonicotinoïden uitgebannen, om te bestuderen of de bijenpopulaties positief reageren op het verdwijnen van deze gifstoffen uit het milieu.

Inhoud syndiceren