De insectivore vogels gaan ten onder aan het insectengebrek in de Nederlandse duinen

northern wheatear.jpg

Het lijkt er op dat na de Grauwe Klauwier de Tapuit (Oenanthe oenanthe) hard op weg is uit de Nederlandse duinen te verdwijnen. Er is een belangrijke verschuiving in de entomofauna van grote naar kleine insecten. Voor de Grauwe Klauwier (Lanius collurio) is deze verschuiving in het prooiaanbod desastreus gebleken en hij is vrijwel geheel verdwenen uit de duinen. In Zuid-Kennemerland verdween de Grauwe Klauwier al in de jaren ’60 als broedvogel. In de jaren ’70 broedden er nog enkele duizenden paren Tapuiten in Nederland (ca 235 paar in Zuid-Kennemerland), in 2005 is het aantal broedparen teruggelopen tot maximaal 250-300 paartjes in heel Nederland. Momenteel herbergt alleen het Noordhollands Duinreservaat bij Castricum nog een populatie van betekenis (13 paar in 2008).

De goudvink weet zich redelijk goed te handhaven als broedvogel in Nederland

goudvink1.jpg

De goudvink (Pyrrhula pyrrhula) is in Nederland een vrij algemene broedvogel van de zandgronden waarop naaldbos staat. De soort broedt ook in de duinen. Op de Waddeneilanden komt hij als broedvogel nauwelijks voor. Het voedsel bestaat uit zaden, pitten en knoppen. Ook wel insecten en larven. In het najaar veel bessen (lijsterbes en braambes). De goudvink wordt door fruitkwekers wel als schadelijk beschouwd, omdat hij zich soms voedt met bloem- en bladknoppen van fruitbomen. In de periode 1979-1985 bedroeg het aantal broedparen circa 17500 paar. De goudvink breidde zijn areaal binnen Nederland gedeeltelijk uit, bijvoorbeeld naar de bossen in Flevoland. Op sommige plaatsen was er ook een sterke achteruitgang. Volgens SOVON bleef in de periode 1990-2007 het aantal broedparen vrij constant. Rond 2007 broedden er nog ongeveer 8000 paar in Nederland. Vlaanderen behoort tot de streken waar het minder goed gaat met de goudvink,de soort staat daar op de Vlaamse rode lijst als bedreigd. De goudvink staat als niet bedreigd op de internationale rode lijst van de IUCN.

De weidevogels worden weggevaagd uit het met imidacloprid verontreinigde Laag Holland

weidevogels.jpg

Het Nationaal Landschap Laag Holland is een uniek- oer Hollands landschap tussen de steden Alkmaar, Hoorn, Amsterdam en Zaanstad. Weidevogels vormen een belangrijke landschappelijke kwaliteit van het Nationaal Landschap Laag Holland. In verschillende gebieden komen uitzonderlijk hoge dichtheden van grutto, tureluur, scholekster en kievit voor, terwijl in andere gebieden vooral kievit en scholekster opvallen. Voorts zijn er gebieden die gekenmerkt worden door het voorkomen van exclusieve soorten als kemphaan, watersnip, gele kwikstaart en zomertaling. Laag Holland behoort ook tot gebieden met oppervlaktewatervervuiling met het voor insecten uitzonderlijk giftige imidacloprid. Insecten zijn van levensbelang voor de voortplanting van weidevogels. Sinds de invoering van imidacloprid in de jaren negentig is er sprake van schrikbarende achteruitgang van weidevogels in Laag Holland. De afname van de weidevogelstand is landelijk gezien het sterkst in het westen waar de milieuvervuiling met imidacloprid bijzonder extreem is. Na 2000 is de afname in de laagveengebieden in Noord- en Zuid-Holland 13 procent per jaar. Een teruggang in dit tempo betekent een halvering in een tijdsbestek van 5 jaar. Het is vrijwel onmogelijk causaliteit met insectenkiller imidacloprid aan te tonen, maar de navolgende cijfers over de achteruitgang van weidevogels in Laag Holland zijn reden genoeg het voorzorgsbeginsel toe te passen en de toelating van dit milieuverontreinigende bestrijdingsmiddel onmiddellijk in te trekken.

De woudaap heeft geen schijn van kans in een met bestrijdingsmiddelen vergiftigd landschap

woudaap.jpg

De woudaap (Ixobrychus minutus) is een van onze kleinste reigertjes, nauwelijks groter dan een duif. De vogel nestelt in moerassen met open water en overgangen tussen dichte riet- of lisdoddenvegetatie en verspreide opslag. Het voedsel van de woudaap bestaat uit vis, amfibieën en aquatische insecten, die worden gevangen in ondiep, helder water. Rond 1960 hebben vermoedelijk 200-260 paren van de woudaap in Nederland gebroed. Dit aantal was rond 1975 al gehalveerd en is blijven steken op enkele tientallen. Jaarlijks worden rond 10 territoria van de soort gemeld. De schattingen lopen sterk uiteen, maar meer dan 10-30 territoria zijn vooralsnog niet aannemelijk. De afname ten opzichte van 1960 bedraagt dus meer dan 90%.

De grote karekiet houdt het ook in de Loosdrechtse Plassen voor gezien

grote karekiet.jpg

Hoe gaat het met de Grote Karekiet (Acrocephalus arundinaceus) in het Gooi, en omstreken? Om met het goede nieuws te beginnen, ze komen er nog voor, maar hier houdt het ook mee op. De soort is in de tweede helft van de vorige eeuw in Nederland meer dan gedecimeerd van 5000 naar 250 broedparen en de afgelopen jaren heeft deze dalende trend zich voortgezet, ook in onze regio. De oostelijke vechtplassen in de omgeving van Loosdrecht vormden altijd een bolwerk voor de Grote Karekiet. Eckhart Heunks en Martin Poot houden hier jaarlijks een telling en op waarvan ze het volgende verslag doen: "De jaarlijkse grote karekieten-telling Loosdrechtse Plassen leverde slechts 11 zingende mannetjes op! Dat is schrikbarend weinig vergeleken met de 25 tot meer dan 30 mannetjes die we afgelopen 12 jaren hier telden."

De populatie Roeken gaat hard achteruit in Noord-Brabant

Corvus-frugilegus.jpg

Van 118 kolonies zijn de resultaten van 2013 en 2014 bekend en op basis daarvan komt een bijzonder sterke achteruitgang naar voren van maar liefst 26%! In deze kolonies werden 729 paren minder geteld dan in 2013. Extrapoleren we de gegevens naar de kolonies die nog niet zijn ingevoerd dan lijkt het erop dat we rekening moeten houden met een totale achteruitgang van ruim 1000 paren. Roeken (Corvus frugilegus) prefereren dierlijk voedsel (regenwormen, slakken, insecten (vooral ritnaalden; de larven van kniptorren) en af en toe zelfs muizen. Plantaardig voedsel maakt ongeveer 60% van hun dieet uit. De plantaardige voeding bestaat vooral uit allerlei zaden. Ook worden wel noten, eikels en vruchten als kersen en pruimen gegeten. Juvenielen worden voornamelijk met wormen en insecten gevoerd.

Voedselgebrek is de meest waarschijnlijke oorzaak van het verdwijnen van de fuut en dodaars uit natuurgebied de Kampina

fuut.jpg

Afgelopen jaar broedden er veel minder watervogels in natuurgebied de Kampina. Vooral de fuut (Podiceps cristatus) en de dodaars (Tachybaptus ruficollis) werden veel minder gezien. Dit blijkt uit een inventarisatieonderzoek van 2014 naar broedvogels op Kampina, uitgevoerd in opdracht van Natuurmonumenten. “Het doet pijn om zulke mooie soorten als de fuut en de dodaars te zien verdwijnen”, vertelt Frans van Erve. De doorgewinterde vogelkenner voerde de inventarisatie uit in het gebied waar hij al jaren de broedvogels volgt.

Het gebrek aan ongewervelde dieren veroorzaakt achteruitgang van de Knoflookpad in Nationaal Park De Meinweg

Pelobates-fuscus.jpg

De Knoflookpad (Pelobates fuscus) is de zeldzaamste amfibieënsoort van de Meinweg en behoort tot de meest bedreigde amfibieën van Limburg. De volwassen knoflookpad leeft van kleine ongewervelde dieren die hij 's nachts tegenkomt op de bodem. Van exemplaren uit Oekraïne bleek uit onderzoek dat voornamelijk loopkevers en daarnaast nachtvlinders op het menu staan. Andere ongewervelden, zoals vliegen en muggen, snuitkevers, dwergcicaden, spinnen, duizendpoten en mieren werden eveneens aangetroffen in de maag. Al in het begin van de jaren negentig is geconstateerd dat de soort in Midden Limburg sterk achteruit is gegaan. Vanaf 1977 tot 1994 is de Knoflookpad in twintig onderzochte oppervlaktewateren in de Meinweg in bezetting teruggegaan van 13 naar zes locaties. In 1999 zijn dezelfde wateren opnieuw onderzocht en is het voorkomen nog maar in drie wateren vastgesteld.

De afgelopen drie jaar zijn er opvallend weinig waarnemingen geweest van Snotolven in de Oosterschelde

snotolven.jpg

De Snotolf (Cyclopterus lumpus) is een fraaie zeevis die in de winter onder andere de Nederlandse kustwateren opzoekt om zich hier voort te planten. Hij voedt zich met kleine visjes, kreeftachtigen, en ribkwalletjes. De afgelopen drie jaar zijn er opvallend weinig waarnemingen geweest van Snotolven in de Oosterschelde. En deze winter lijkt het aantal waarnemingen nog verder af te nemen. Het zal nog wel even duren voordat alle winterse waarnemingen voor deze winter van de vrijwilligers van Stichting ANEMOON zijn verwerkt maar het lijkt er op dat na het zeer lage aantal waarnemingen van de vorige drie jaren, deze winter het aantal waarnemingen nog lager gaat uitvallen. Hoewel de balans nog niet definitief is opgemaakt lijkt het er op dat sportduikers deze winter slechts zeer beperkt van Snotolven kunnen genieten.

Duitse rechtbank vindt kritiek op neonicotinoïde geoorloofd

bijen-postzegel-alderney (1).jpg

De Duitse afdeling van milieuorganisatie Friends of the Earth (Bund) mag kritiek hebben op de neonicotinoïde thiacloprid. Dat vindt de regionale rechtbank in Düsseldorf. Bund vindt dat thiacloprid schadelijk is voor bijen. Producent Bayer CropScience spande een rechtszaak aan. Het chemieconcern vindt de kritiek van Bund niet terecht. Maar de rechtbank stelt dat Bund het recht heeft om zijn bezorgdheid kenbaar te maken. De Europese Commissie verbood per 1 oktober 2013 voor een periode van twee jaar drie neonicotinoïden, omdat de Europese voedselautoriteit Efsa stelt dat er een relatie is tussen het gebruik van neonicotinoïden en overmatige bijensterfte. Het gaat om imidacloprid en clothianidin, geproduceerd door Bayer CropScience, en thiamethoxam van Syngenta. Beide concerns hebben rechtszaken aangespannen tegen de Commissie om het verbod aan te vechten. Deze zaken lopen nog.

Inhoud syndiceren