Het Vlaamse oppervlaktewater is sterk verontreinigd met neonicotinoïden

GroteFoto-MXUSLDVG-G.jpg

In 2014 heeft de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) voor het eerst metingen uitgevoerd op 92 locaties in Vlaanderen om een algemeen beeld te krijgen van de aanwezigheid van neonicotinoïden in de sloten. Het oppervlaktewater werd specifiek onderzocht op aanwezigheid van imidacloprid, thiamethoxam en clothianidine, gifstoffen die onderdeel uitmaken van gewasbeschermingsmiddelen en biociden die in de landbouw veelvuldig worden toegepast voor de bestrijding van insecten. De eerste meetresultaten zijn uiterst verontrustend. Maar liefst 90 procent van de meetlocaties bevat imidacloprid, 44 procent thiamethoxam en 26 procent clothianidine. Het VMM heeft de cijfers getoetst aan de PNEC (Predicted No Effect Concentration), het cijfer dat niet mag worden overschreden omdat dan het ecosysteem serieus gevaar loopt. Toetsing toont aan dat imidacloprid op alle meetplaatsen met 8 nanogram per liter de gemiddelde PNEC-waarde overschrijdt.

Neurotoxiciteit studie met Imidacloprid van Bayer CropScience toont mogelijk schadelijke werking op de ontwikkeling van de hersenen aan

Health-Stamps-90c_Gum-Single.png

Bij neurotoxiciteit studies wordt onder andere onderzocht of pre- of postnatale blootstelling aan een giftige stof invloed heeft op de ontwikkeling van het zenuwstelsel. Bayer Crop Science (BCS) heeft in 2001 een dergelijke studie uitgevoerd met imidacloprid. Imidacloprid werd toegediend via het dieet aan zwangere Sprague Dawley ratten van zwangerschapsdag 0-20 tot en met lactatiedag 21 in doseringen van 0, 100, 250 en 750 ppm, overeenkomend met een gemiddelde dagelijkse dosis van 0, 8, 19 en 54,7 mg / kg / dag . Het nageslacht werd indirect blootgesteld aan imidacloprid over een totaal van 41 dagen (20 dagen in de baarmoeder en 21 dagen via lactatie). Na het spenen op postnatale dag 21 werd onbehandeld voedsel gegeven. De hersenen van 10 dieren / geslacht / groep werden geanalyseerd op postnatale dagen 11 en 75. Op postnatale dag 11 vertoonden vrouwelijke dieren van de 750 ppm groep een verminderde omvang van caudate putamen (-5.5%) en een aanzienlijke vermindering van de omvang van het corpus callosum (-27,6%). Morfometrische hersen metingen werden niet uitgevoerd in de intermediaire en lage dosis groepen. Het EFSA-panel voor gewasbeschermingsmiddelen en residuen (PPR) heeft bezorgdheid geuit over deze resultaten, vooral gelet op de omvang van de daling van het corpus callosum. Het belangrijkste punt van onenigheid tussen BCS en het PPR-panel is de interpretatie van de morfometrische data. BCS betoogt dat imidacloprid geen morfometrische effecten in hun studie heeft veroorzaakt, alhoewel BCS erkent dat hun morfometrisch onderzoek werd beperkt tot de hoge dosis en de controlegroep. Daarentegen ziet het PPR-panel de morfometrische gegevens een bron van zorg door het ontbreken van intermediaire en lage dosis gegevens. Met de beschikbare gegevens is het onmogelijk om een ​​dosis-werkingsrelatie van de morfometrische veranderingen te beoordelen. Er bestaat volgens het PPR-panel grote onzekerheid over de potentiële neurotoxiciteit van imidacloprid. Ook de Amerikaanse EPA had kritiek op het ontbreken van intermediaire en lage dosis gegevens.

Het is kommer en kwel met de vogels in de Beemster

torenvalk.jpg

Bij het doorbladeren van het rapport over drie jaar (2011/12/13) van de Vogelwerkgroep Beemster wordt je niet echt vrolijk: zoveel dode torenvalken werden er teruggemeld en de vindplaatsen waren overal in Noord-Holland, van Spanbroek tot Schoorl en Holysloot. Het rapport meldt dat het aantal geringde torenvalkpullen hard achteruit ging van 90 naar 60 in 2012 naar 40 in 2013. Ook het aantal steenuilen loopt achteruit, deels door voedselgebrek. Voor de boerenzwaluw was 2011 nog het beste jaar maar daarna zakte de telling. Er zijn geen boomvalken waargenomen. In de winter werden enkele slechtvalken. waargenomen (meestal jonge vogels). Helaas loopt de kerkuil ook in de Beemster achteruit.

De achteruitgang van gierzwaluwen in Lochem

swift.jpg

Vanaf 1992 worden er in Lochem jaarlijks gierzwaluwen geteld vanaf de toren van de Gudulakerk. Deze tellingen geven geen exacte aantallen van aanwezige vogels maar er is wel een trend uit af te leiden. Bij het begin van de tellingen in de jaren negentig werden nog aantallen van rond de 400 vogels geteld in 1 telronde. Daarna ontstond een neerwaartse trend met een dieptepunt in 2009 met minder dan 150 getelde vogels in 1 telronde. Binnen deze dalende trend lijkt er op dit moment sprake van een herstel. Het hoogste aantal getelde vogels in 1 telronde in 2014 bedraagt 255.

Sinds het midden van de 20ste eeuw zijn bijna 500 soorten van inheemse wilde planten achteruit gegaan en meer dan 40 soorten zijn verdwenen

postzegel-klavertje-vier-slovenie-2006-postzegelblog.jpg

De rode lijst voor planten heeft als bedoeling om bedreigde soorten te inventariseren. Eveneens is het de bedoeling om met bewust overheids- en semi overheidsbeleid, achteruitgang van planten te voorkomen. Sinds het midden van de 20ste eeuw zijn er namelijk bijna 500 soorten van de inheemse wilde plantensoorten minder geworden, waarvan er meer dan 40 soorten verdwenen zijn. Om deze achteruitgang en/of verdwijnen van planten te voorkomen, is de rode lijst voor planten opgesteld. De rode lijst planten hebben geen officiële juridische status. Planten op de Flora- en Faunawet hebben daarentegen wel een juridische bescherming.

De achteruitgang van waterroofkevers in Vlaanderen

waterroofkevers.jpg

De familie Dytiscidae of waterroofkevers zijn een groep rovende, in het water levende kevers die verwant zijn aan loopkevers (familie Carabidae). Ze komen voor over de hele wereld in vrijwel alle niet te sterk verontreinigde, zoete en brakke oppervlaktewateren. De familie Dytiscidae wordt in België vertegenwoordigd door 109 soorten uit 30 genera. Van de 105 in Vlaanderen voorkomende soorten zijn er 94 soorten aangetroffen in de provincie Antwerpen. Tijdens recent onderzoek werden in Antwerpen nog 77 soorten teruggevonden. 17 soorten werden recent niet meer waargenomen in de provincie en worden hier, en voor een aantal van deze soorten in heel België, nu beschouwd als regionaal uitgestorven. Vier soorten zijn recent enkel nog in de provincie Antwerpen aangetroffen.

De chemielobby is nu aan het eind van zijn Latijn

bumblebees.jpg

Chemiereuzen zeggen graag dat de opmerkelijke bijensterfte in onze streken te wijten is aan alles behalve hun pesticiden. Producenten counteren de dramatische effecten waarover wetenschappers al gepubliceerd hebben door te zeggen dat de resultaten in steriele laboratoria niet stroken met de realiteit van akkers en velden. Hun eigen studies ontkrachten dat, zeggen zij. Maar die rapporten zijn geheim omdat hun commerciële belangen op het spel staan. Ook menen zij dat bijen met lokstoffen naar andere, onbehandelde planten geleid kunnen worden zodat zij de neonicotinoïden niet opnemen. Twee nieuwe studies, gepubliceerd in topblad Nature, halen die argumenten onderuit. Als bijen de keuze krijgen tussen verschillende suikerachtige oplossingen, eentje met pesticiden en een zonder, maken ze geen onderscheid. Sterker nog, zo tonen onderzoekers van de universiteit van Newcastle, sommige bijen gaan zelfs op zoek naar neonicotinoïden. De tweede studie is interessant omdat veldwerk uitzonderlijk is in dit vakgebied. Zweedse wetenschappers van de Lund-universiteit trokken de koolzaadvelden in en vergeleken de effecten van onbehandelde met behandelde planten op de bestuivende insecten die er gebruikt vana maakten. De populatie wilde bijen werd uitgedund, de solitaire of nestelbij ging veel minder nestelen en de hommel ging zowel sneller dood als zich minder voortplanten.

De Patrijs legt het loodje op het eiland Ijsselmonde door oppervlaktewaterverontreiniging met imidacloprid

patrijs.jpg

IJsselmonde is een eiland (streek) in de Maasdelta, omsloten door de Nieuwe Maas in het noorden, de Oude Maas in het zuiden en de Noord in het oosten. Sinds 2013 wordt het gehele eiland IJsselmonde weer geïnventariseerd op de winter- en broedvogels. Hiermee dragen de leden van de vogelwerkgroep bij aan de landelijke Vogelatlas (http://www.vogelatlas.nl). Eén van de opvallende zaken is de enorme achteruitgang van de Patrijs Perdix perdix. Er zijn nauwelijks meer paartjes gevonden op het eiland. Patrijzen eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel, maar de jongen leven de eerste weken louter van insecten en ander klein gedierte. Er zijn sterke aanwijzingen dat een verminderd insectenaanbod als gevolg van het gebruik van insecticiden er de oorzaak van is dat de overleving van kuikens te gering is om de patrijzen populaties op niveau te kunnen houden. De jarenlange sterke verontreiniging van het oppervlaktewater met imidacloprid in de regio Rotterdam vormt een enorme bedreiging voor insecten waarvan de jonge patrijs afhankelijk is. Zo verdwijnt een akkervogel die tot ver in de 20e eeuw een algemene broedvogel was, met een populatie van naar schatting enkele honderdduizenden broedparen. Volgens de Vogelbescherming is de populatie sinds 1980 met 95% geslonken.

Henk Tennekes op Radio 1 over de problematiek met de neonicotinoïden

beetles.jpg

Het omstreden 'bijengif', dat in de landbouw wordt gebruikt, wordt mogelijk verboden. Staatssecretaris Dijksma maakt zich grote zorgen over het schadelijke middel. In Dit is de Nacht (NPO Radio 1) gaan we het ook hebben over bestrijdingsmiddelen. Dit doen we samen met Henk Tennekes, toxicoloog en de eerste klokkenluider die berichtte over het gevaar van de bestrijdingsmiddelen. Aan de telefoon Vera Greutink, blogger bij wroeten.nl en tuinsmakelijk.nl. Zij tuiniert zelf graag en doet dit op natuurlijke wijze. Luister mee naar de uitzending van 14 april 2015
http://www.radio1.nl/item/283273-Gebruikt-u-bestrijdingsmiddelen-in-uw-t...

De aanhouder wint. Nationaal en Europees verbod op neonicotinoïden op komst

insect_spider[1].jpg

Staatssecretaris Sharon Dijksma wil dat in de nabije toekomst meer 'groene' bestrijdingsmiddelen worden gebruikt en minder of helemaal geen middelen die schadelijk zijn voor de natuur, zoals neonicotinoïden. Dijksma (Economische Zaken) meldt dat naar aanleiding van een Europees rapport dat haar ''grote zorgen'' baart, schrijft ze vrijdag aan de Tweede Kamer. Uit de Europese studie blijkt dat neonicotinoïden niet alleen plaaginsecten aantasten of doden, maar ook bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders. Om die reden wordt het middel ook wel 'bijengif' genoemd. Dijksma heeft de toezichthouder, het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), gevraagd zo snel mogelijk te bekijken of de omstreden nicotinoïden moeten worden verboden. De Kamer liet vorige maand al weten van het gif af te willen, na een motie van de Partij voor de Dieren. Milieuorganisaties Natuur en Milieu en Greenpeace dagen het Ctgb voor de rechter, zo werd vrijdag bekend. Ze vinden dat het college een beslissing om het omstreden middel voor zich uit schuift.

Inhoud syndiceren