Subsidies helpen de weidevogel niet. De kemphaan Philomachus pugnax, de draaihals Jynx torquilla, de kuifleeuwerik Galerida cristata en de grauwe gors Miliaria calandra balanceren op de rand van uitsterven. Vragen van Marianne Thieme en de antwoorden van de regering.
Naast de enorme normoverschrijdingen van het voor insecten zeer schadelijke imidacloprid in het oppervlaktewater van de Randstad zijn sinds 2004 ook hoge normoverschrijdingen gemeten van andere insecticiden, met name carbamaten en organofosfaten. In 2007 was er nog steeds veelvuldig gebruik van organofosfaten in de glastuinbouw van Zuid-Holland. Extreme normoverschrijdingen van dichloorvos werden gemeten in het Westland. De toepassing van carbendazim in de bollenteelt en boomteelt veroorzaakt ook hoge normoverschrijdingen in de Randstad. In Brabant en Limburg werden in 2007 hoge normoverschrijdingen van chloorpyrifos gemeten.
Sinds 2004 (toen de toelating van het insecticide imidacloprid ingrijpend verruimd werd) zijn extreme normoverschrijdingen van imidacloprid in het oppervlakte water van de Randstad gemeten. De hoogste gemeten imidacloprid concentratie (19 december 2005) overschreed bijna 25.000 keer de (ad hoc) MTR (maximaal toelaatbaar risiconiveau) norm voor oppervlaktewater. De normoverschrijdingen liggen vaak veel hoger dan de imidacloprid concentraties die in laboratorium studies sterfte van insecten veroorzaken. De massale bijensterfte van de laatste jaren in de regio Amsterdam, Groene Hart, Bollenstreek en Rijnmond is dus mede veroorzaakt door milieuvervuiling met het voor insecten zeer giftige imidacloprid, dat o.a. wordt toegepast in de glastuinbouw, bollenteelt en boomteelt.
Onlangs gaven de waterschappen en waterbeheerders nieuwe meetgegevens vrij over imidacloprid in Nederlands oppervlaktewater. De toestand is zeer alarmerend: ook in 2007 zijn in het westen van Nederland extreme normoverschrijdingen van imidacloprid in het oppervlakte water gemeten.
In een aantal artikelen is per regio of provincie een overzicht gegeven van oppervlaktewaterverontreiniging met insecticiden, gebaseerd op metingen van waterschappen en waterbeheerders verzameld in de Bestrijdingsmiddelenatlas. Het beeld dat naar voren komt is dat in het overgrote deel van Nederland de zware belasting van het oppervlaktewater met insecticiden (imidacloprid, organofosfaten en carbamaten) een acute bedreiging vormt voor insecten. Bijen, hommels, dagvlinders, libellen en waterjuffers dreigen daardoor uit te sterven in ons land. Alleen al de gemeten imidacloprid concentraties in het oppervlaktewater van de Randstad veroorzaken in laboratorium onderzoek binnen enkele dagen sterfte van honingbijen. De hoogste gemeten imidacloprid concentratie in het oppervlaktewater van de Bollenstreek zou in een laboratorium studie binnen enkele uren dodelijk zijn voor honingbijen. Een verminderd insectenaanbod zou de dramatische neergang van boerenlandvogels kunnen verklaren.
Op 24 september 2009 schreef Minister Verburg in een brief aan de Tweede Kamer dat zij van plan was de handhaving van milieu normen voor oppervlaktewater aan te scherpen, maar dat zij een verband tussen de normoverschrijdingen en bijensterfte niet bewezen achtte. De minister was niet bereid een moratorium op imidacloprid en soortgelijke middelen in te stellen op basis van de extreme normoverschrijdingen en wilde eerst het onderzoek naar bijenziekten en de oorzaken ervan intensiveren. Volgens toxicoloog Henk Tennekes zijn er intussen voldoende bewijzen dat in het overgrote deel van Nederland de zware belasting van het oppervlaktewater met insecticiden (imidacloprid, organofosfaten en carbamaten) een dodelijke bedreiging vormt voor insecten. Bijen, hommels, dagvlinders, libellen en waterjuffers dreigen daardoor uit te sterven in ons land. Alleen al de gemeten imidacloprid concentraties in het oppervlaktewater van de Randstad veroorzaken in laboratorium onderzoek binnen enkele dagen sterfte van honingbijen. Een verband tussen de neergang van boerenlandvogels en insectensterfte door het toenemende gebruik van imidacloprid kan niet worden uitgesloten.
Midden jaren zeventig werd het aantal broedparen van patrijzen (Perdix perdix) in Nederland geschat op 37.500 - 47.500. Rond de eeuwwisseling was dit geslonken naar 9.000 - 13.000. De schatting voor 2005 bedroeg 10.000 broedparen. Er zijn sterke aanwijzingen dat een verminderd insectenaanbod als gevolg van het gebruik van insecticiden er de oorzaak van is dat de overleving van kuikens te gering is om de patrijzen populaties op niveau te kunnen houden.