De duinpieper en draaihals kunnen zich ook op de Veluwe niet handhaven en verdwijnen als broedvogels

Duinpieper.jpg

De afname van het aantal broedende duinpiepers Anthus campestris in Nederland is in de tweede helft van de jaren negentig in een versnelling gekomen. Aanvankelijk namen vooral de aantallen buiten de twee belangrijkste gebieden af, maar daarna zijn ook deze populaties op de Veluwe (het Kootwijkerzand en het Harskampse Zand) voor de bijl gegaan. In 2003 werd nog slechts één territorium gevonden, in 2004 voor zo ver bekend geen enkele. Het dieet van Duinpiepers omvat een breed spectrum van vooral kleine insecten en andere ongewervelden. Het broedgebied van de draaihals Jynx torquilla in Nederland is ook geconcentreerd in de centrale en zuidelijke Veluwe (Kootwijkerzand, Harskampse Zand, Planken Wambuis en de Zuidoost-Veluwe). Sinds 1973-1977 is het aantal paren met 60-75% gedaald en de afname zet nog steeds door, ook in de resterende broedgebieden op de Veluwe. Over de periode 1994-2003 vertoont de landelijke trend een sterke afname. Het voedsel van de draaihals bestaat uit mieren en mierenpoppen.

Visetende vogels doen het al 30 jaar uitstekend in de Nederlandse binnenwateren

fuut.jpg

De populatie van visetende vogels in de Nederlandse binnenwateren groeit gestaag sinds 1981. De aalscholver Phalacrocorax carbo populatie ging van 6.600 paar in 1979-1983 naar gemiddeld 21.000 paren in 1999-2003. De futenpopulatie Podiceps cristatus laat over de periode 1981-2003 een matige toename in aantallen zien. De grote zilverreiger Egretta alba broedt vanaf 1991 jaarlijks in ons land en het aantal stijgt sinds 1998-2000 spectaculair. De ijsvogel Alcedo atthis populatie laat sinds 1981 een sterke toename zien van >5% per jaar. De visarend Pandion haliaetus laat in Nederland sinds 1988 een matige toename zien.

Kuifleeuwerik, paapje en tapuit verdwijnen als broedvogels uit Vlaanderen

paapje.jpg

Net als het paapje Saxicola rubetra staan ook de tapuit Oenanthe oenanthe en de kuifleeuwerik Galerida cristata op het punt als broedvogels uit Vlaanderen te verdwijnen. Rond het midden van de jaren '70 werden van de tapuit minstens een 230-tal paren in Vlaanderen geteld, in 1980-1982 nog ongeveer 170 paren, maar vanaf 1985 komen de schattingen niet meer boven de 50 paar uit en in 2003-2005 schommelde de populatie jaarlijks rond 8-12 paren. Het paapje kende sinds de jaren '60 en '70 (toen de populatie in Vlaanderen op 300 paar werd geschat) een dramatische achteruitgang van minstens 90%: schattingen voor 1985-1988 en 1989-1991 leverden resp. 20 en 9-17 paar op en in 2005 waren broedgevallen zeer zeldzaam geworden. De huidige totale Vlaamse populatie van de kuifleeuwerik wordt op maximaal 20-25 paren geschat.

Dramatische achteruitgang van broedvogelsoorten in landbouwgebieden van Klein-Brabant 1988-2001

zomertortel.jpg

Bij een vergelijkende broedvogelinventarisatie in 1988 en 2001 in Klein-Brabant (provincie Antwerpen) deden zich de grootste veranderingen voor bij de broedvogels van landbouwgebieden. Sommige vogelsoorten van het boerenland kenden een dramatische afname. Graspieper Anthus pratensis: -96%; Veldleeuwerik Alauda arvensis: -77%; Ringmus Passer montanus: -82%; Boerenzwaluw Hirundo rustica: -69%; Zomertortel Streptopelia turtur: -61%. De Grauwe Gors Miliaria calandra bleek in 2001 zo goed als uitgestorven in het gebied.

Sterke afname weidevogelsoorten in Amstelland, de Vechtstreek en Eemland in de afgelopen 10 jaar

Grutto.jpg

De ontwikkeling van de weidevogels in Amstelland, de Vechtstreek en Eemland is zorgelijk. Sinds 1997-1998 gaan tureluur Tringa totanus, slobeend Anas clypeata, graspieper Anthus pratensis, grutto Limosa limosa, scholekster Haematopus ostralegus, kievit Vanellus vanellus en veldleeuwerik Alauda arvensis in aantal achteruit. De veldleeuwerik is koploper (gemiddeld bijna 10% per jaar).

De Tapuit verdwijnt als broedvogel uit Nederland

IGV18CAUEPSQSCAP1SGRSCA8CG43TCACL3LPZCADA4JP1CAWPHKH7CA1S0CAUCAO0BX5UCAMKY38OCAS6Q52GCAD3X67MCAF0C5K7CADHRA25CAZ6DTTQCAX28TUOCAT0CPL4CA7MVRXGCA5JZ93X.jpg

Rond 1960 hebben naar schatting 2.500 - 3.000 tapuiten Oenanthe oenanthe in Nederland gebroed en in de periode 1973-77 was de soort als broedvogel nog steeds wijd verspreid in Nederland. De tapuit broedde niet alleen in heidevelden, veengebieden en duinen maar ook in cultuurland op de zandgronden. Vanaf de jaren tachtig begint de verspreiding snel ijler te worden waarbij aanvankelijk vooral leemtes ontstaan in de kleinschalige agrarische landschappen in Drenthe, de Friese zandgronden, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg. Tot in de '80er jaren was de tapuit nog een wijdverbreide broedvogel in de kustduinen. Vanaf 1990 is er een verdere zeer sterke afname van >5% per jaar van broedende tapuiten en in 1998-2000 was de tapuit verdwenen uit de Zuid- en Midden-Nederlandse heide- en stuifzandgebieden. In 2004 bedroeg de aantalschatting slechts 350-450 paar. De belangrijkste resterende bolwerken in 2005 waren Ameland, Texel en Noordduinen/Botgat in de Kop van Noord-Holland. Sinds 1998 is echter ook op Ameland een sterke afname van het aantal territoria van de tapuit waargenomen. Tapuiten voeden zich met insecten en hebben een insectenrijk open gebied nodig om te foerageren.

De Grauwe Klauwier is door een gebrek aan grote insecten bijna uitgestorven in Nederland en Vlaanderen

grauwe klauwier.jpg

Mogelijk waren er rond 1900 in Nederland enige duizenden grauwe klauwieren Lanius collurio, die in vele landschapstypen voorkwamen. De soort heeft het lang volgehouden in de duinen, die tot in de jaren '50 een bolwerk van de grauwe klauwier vormden. Sindsdien is de duinpopulatie sterk afgenomen, eerst in de duinen van het vasteland en vanaf de jaren '80 ook op de Waddeneilanden. Rond 1960 werd de stand in Nederland geschat op 400 paren. In 1985 werden nog slechts 80-140 paren geteld in Nederland. Sinds 1990 was er weer een significante afname. In de duinstrook werd in 1997 en 1998 nog een broedgeval gezien op Ameland en nadien na een periode van totale afwezigheid waren er nog slechts enkele onregelmatige broedgevallen in de hele Nederlandse duinstrook. De hoofdmoot van het menu van de grauwe klauwier bestaat uit grote insecten zoals kevers, bijen, hommels, sprinkhanen en libellen. De algehele veraming van de insectenfauna lijkt de belangrijkste oorzaak te zijn geweest voor het verdwijnen van de grauwe klauwier uit de Nederlandse duinen. Het huidige zwaartepunt van de grauwe klauwier in Nederland ligt in het Bargerveen in Zuidoost-Drenthe. Ook in Vlaanderen is de populatie van de grauwe klauwier dramatisch achteruit gegaan: rond 1970 werd het aantal broedende grauwe klauwieren nog op 340 paar geschat, maar in de periode 1990-1994 werden nog slechts 6-7 'echte' broedparen geteld in de enig overgebleven Limburgse populatie.

Het paapje komt nauwelijks meer voor in het boerenland

paapje 1.jpg

In 1960 omvattende de Nederlandse populatie van het paapje Saxicola rubetra 2.500-4000 paren. De huidige aantallen liggen ruim 80% lager. Ook vanaf 1990 is er een significante afname. Voor het paapje is een ruim en gevarieerd insectenaanbod cruciaal. Deze vogelsoort is verdwenen uit het agrarische cultuurland en de duinen. Het voorkomen van het paapje is nu geconcentreerd in hoogvenen, vochtige heidevelden en natte graslanden in het noordoosten van het land (Drenthe, Oost-Groningen, Zuidoost-Friesland).

Nederlandse populatie van huismussen in 25 jaar gehalveerd

huismus.jpg

De Nederlandse populatie van de huismus Passer domesticus is in de periode van 1977 tot 2002 met circa 50% afgenomen. Uit Rotterdams onderzoek zijn de belangrijkste oorzaken naar voren gekomen: onvoldoende insectenaanbod (de belangrijkste voedingsbron voor jonge mussen die nog veel eiwitrijk voedsel nodig hebben), het gebruik van pesticiden ter bestrijding van luizen, het wegbranden van onkruiden en gebruik van herbiciden tegen onkruiden (ook een voedselbron voor de huismus), predatie door huiskatten en tenslotte het verkeer.

Pesticiden veroorzaken achteruitgang van wilde planten, kevers en broedvogels

wilde planten.jpg

Uit recent onderzoek van Wageningen Universiteit en acht andere Europese universiteiten is gebleken dat het gebruik van pesticiden, zoals in de intensieve akkerbouw, een negatief effect heeft op de biodiversiteit van wilde planten, kevers en broedvogels (zie bijlage).

Inhoud syndiceren