Graanetende akkervogels worden slachtoffer van met bestrijdingsmiddelen behandeld zaadgoed

Een Spaanse studie, eerder dit jaar gepubliceerd in het vakblad Ecotoxicology, koppelt het gebruik van pesticiden aan de achteruitgang van de Rode patrijs (Alectoris rufa), een graanetende akkervogel, zo meldt Natuurbericht.be. De Spaanse studie onderzocht het effect van behandelde zaden op de overleving en het voortplantingssucces bij Rode patrijs. In de studie werden drie verschillende pesticiden getest: de fungiciden Thiram en Difenoconazole en de neonicotinoïde insecticide Imidacloprid. Kuikens kregen gedurende een periode van 10 dagen, behandelde granen te eten. "Tweeënveertig procent van de kuikens die met Thiram behandelde zaden gevoederd kregen stierven, voor Imidacloprid liep het sterftecijfer zelfs op tot 58 procent. Daarbovenop traden ook effecten op zoals een verlaging van de concentraties cholesterol, proteïnen, calcium en magnesium in het bloedplasma van de Rode patrijs, wat wijst op uitputting. Ook de eieren waren gemiddeld kleiner en eieren werden minder bevrucht." Veel typische akkervogels, zoals de patrijs (Perdix perdix), de grauwe gors (Miliaria calandra, Synoniem: Emberiza calandra) en de ringmus (Passer montanus), zijn afhankelijk van granen, en kunnen bij het foerageren in contact komen met behandelde zaden.

The never ending story - de Nederlandse weidevogels leggen het loodje

Neemt het aantal broedende weidevogels in Nederland al gestaag af, dit jaar zal de daling nog groter zijn, verwacht Aletta van der Zijden van het Landschapsbeheer Zuid-Holland. Het Landschapsbeheer Zuid-Holland draagt zorg voor het landschap. Ze geeft voorlichting en stuurt vrijwilligers zoals weidevogelaars en wilgenknotters aan. Enkele cijfers: Het eerste kievitsei in alle provincies van Zuid-Holland werd in 2011 tussen 6 en 17 maart gevonden. In 2012 was dat tussen 10 en 19 maart. Dit jaar werden de eerste eieren tussen 21 maart en 8 april gevonden.

The never ending story - Imidacloprid wordt in 36% van de watermonsters uit Limburgse beken en sloten boven de norm aangetroffen

Waterschap Peel en Maasvallei meet regelmatig te hoge concentraties bestrijdingsmiddelen in beken en sloten in Limburg. De metingen gebeuren steekproefsgewijs in verschillende onderzoeken die het waterschap uitvoert. Tien bestrijdingsmiddelen springen eruit, omdat ze in meer dan 10% van de monsters zijn gevonden in gehalten boven de norm. In deze gehalten is schade te verwachten aan planten en dieren in het water. Twee van deze top tien stoffen zijn neonicotinoiden die in verband worden gebracht met de sterfte van bijen. Imidacloprid (een van deze neonicotinoiden) wordt zelfs in 36% van de monsters aangetroffen boven de norm.

Bayer weet al 13 jaar dat imidacloprid bij bijen riskante effecten zoals desoriëntatie veroorzaakt

Al in 2000 was bij fabrikant Bayer bekend dat het veelgebruikte bestrijdingsmiddel imidacloprid riskante effecten bij bijen kan veroorzaken. Dit blijkt uit drie studies (bijlage) die in Engeland zijn gepubliceerd. De studies zijn openbaar gemaakt door de Britse gezondheids- en veiligheidsautoriteit HSE, op verzoek van een imker. De Nederlandse registratieautoriteit voor bestrijdingsmiddelen, het Ctgb, besloot onlangs dat twee van deze drie studies in Nederland geheim moeten blijven. In deze dertien jaar oude studies worden 'significante subletale effecten' aangetoond. Subletaal is de term voor niet-dodelijke schade aan bijen: het gaat om effecten als gedragsverandering na blootstelling. De studies van Bayer (bijlage) laten zien dat er bij honingbijen na blootstelling aan imidacloprid riskante effecten optreden zoals desoriëntatie.

De kans op hersentumor bij jonge kinderen wordt vergroot wanneer moeder en/of vader voor de zwangerschap met pesticiden in aanraking komen

Dat blijkt uit nieuw Australisch onderzoek. De kans is twee keer zo groot als de ouders tot een jaar vóór de conceptie met gif voor de bestrijding van termieten in aanraking zijn gekomen. Onderzoekers onder leiding van de Australische professor Elisabeth Milne uit Perth hebben de gegevens onderzocht van 303 gezinnen, van wie een kind hersentumor kreeg. Als controlegroep gold een kleine duizend controlegezinnen waar deze specifieke kankervorm niet voorkwam. Het gebruik van voor termieten bestemd gif in en om het huis, waarbij ook het omstreden (landbouw)gif imidacloprid werd ingezet, leidde tot een twee keer zo hoog risico, vertelde ze vandaag in de Australische Daily Telegraph. Bij andere pesticiden was de kans nog steeds rond de dertig procent groter.

De lederschildpad is op weg naar het einde

Met een lengte van ruim twee meter en een gewicht van vijfhonderd tot bijna duizend kilo zijn volwassen lederschildpadden (Dermochelys coriacea) met afstand grootste zeeschildpadden ter wereld. Maar een studie van een wetenschapsteam onder leiding van onderzoekers van de University of Alabama at Birmingham suggereert dat de toekomst er weinig rooskleurig uitziet voor deze goedmoedige giganten. Op de belangrijkste nestplek in de Grote Oceaan, het Indonesische Jamursba Medi Beach, is het aantal nestelende dieren gedaald van 14.455 exemplaren in 1984 naar een schamel aantal van circa vijfhonderd individuen vandaag de dag. Een zeer zorgwekkende ontwikkeling als je bedenkt dat dit gebied geldt als nestplaats voor 75 procent van de populatie in het westelijk deel van de Grote Oceaan. “Als deze achteruitgang zich de komende jaren doorzet, is de kans aanwezig dat het over een jaar of twintig heel lastig wordt voor de lederschildpad om niet uit te sterven”, stelt Thane Wibbels, een professor die gespecialiseerd is in de reproductieve biologie van de soort.

De boerenlandvlinders zijn in Nederland vanaf 1992 sterk achteruit gegaan

Dit blijkt uit de graslandgraadmeter. De achteruitgang is in het agrarisch gebied nog sterker dan in natuurgebieden, maar ook dan in stedelijk gebied. Uit de prachtige plaatjes van het vroegere boerenland kun je bedenken welke vlinders daar hebben rondgevlogen. Uit de beperkte gegevens die van vroeger beschikbaar zijn, en uit verslagen en collecties van vlinderaars, komt een gevarieerd beeld naar voren. De zilveren maan op de graslanden, soms vergezeld van de moerasparelmoervlinder. Drie verschillende soorten vuurvlinders en hele massa’s zandoogjes. Niet alleen veel soorten, maar ook gewoon heel veel vlinders. Dat kom je nu op het boerenland niet meer tegen.

De spreeuw staat binnenkort op de rode lijst

Het zijn magnifieke en indrukwekkende beelden, de enorme wolken met tienduizenden spreeuwen boven de stad. Spreeuwen slapen buiten het broedseizoen graag bij elkaar en voorafgaand aan de nachtrust zwieren ze in sierlijke vluchten alsof het één organisme is. Bij het bewonderen van zulke aantallen, kan je je niet voorstellen dat het slecht gaat met de spreeuw (Sturnus vulgaris) in Nederland. De verwachting is dat de spreeuw met stip op de in 2014 te verschijnen Rode Lijst van kwetsbare en bedreigde vogelsoorten komt te staan. Deze lijst noemt niet alleen die soorten die in absolute termen zeldzaam zijn, ook soorten waarvan bekend is dat de aantallen met meer dan de helft zijn afgenomen, worden opgenomen. Het is immers een teken aan de wand als algemene soorten drastisch in aantal afnemen. Sinds 1980 is de trend sterk negatief. Niet alleen in Nederland, in heel noordwest Europa kelderen de aantallen. In Engeland inmiddels zelfs met 70-80 %!

De huismus verdwijnt uit Vlaamse tuinen

Het gaat niet goed met de huismus (Passer domesticus) in Vlaanderen. Dat blijkt uit de analyse van de resultaten van het Grote Vogelweekend van Natuurpunt. Op 2 en 3 februari 2013 telden 14.000 deelnemers meer dan 518.800 vogels in hun tuin. Jarenlang was de huismus de meest getelde vogel in Vlaanderen. Dat is niet langer het geval. Huismussen werden nog maar in 52% van de tuinen geteld - het laagste cijfer ooit. In 2005 kwam de vogel nog in 65% van alle tuinen voor. Reden voor de achteruitgang van de huismus is het gebrek aan voedsel en nestplaatsen. Zijn huismussen eenmaal op een bepaalde plek verdwenen, dan kan het jaren duren voor ze terugkeren. Huismussen doen het vooral slecht in de (binnen)steden.

Vernietigende kritiek van CLM op risicobeoordeling van neonicotinoiden voor bijen door Ctgb

Op verzoek van Natuur & Milieu heeft het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) een analyse gemaakt van vertrouwelijke studies over risico’s van het bestrijdingsmiddel imidacloprid op bijen via een tweetal bezoeken in de ‘reading room’ van Bayer (bijlage). De ongepubliceerde studies geven onvoldoende informatie over lange termijn (sub)lethale effecten, combinatietoxicologie of synergie tussen factoren als imidacloprid blootstelling en de invloed van ziekten en schaarste aan dracht. Sublethale effecten die in de studies worden genoemd, worden door Ctgb (College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden) terzijde geschoven. In de vertrouwelijke studies wordt gewerkt met een beperkt aantal gewassen en doseringen, waarbij wordt geëxtrapoleerd naar andere gewassen waarvoor geen residumetingen in pollen en nectar beschikbaar zijn. Het Ctgb beoordeelt de risico's voor bijen bij Good Agricultural Practice (GAP) en het strikt opvolgen van de etikettekst. Dit strookt helaas niet met de gangbare praktijk, waardoor de emissie, blootstelling en risico's in de praktijk groter zijn. Het Ctgb bouwt weinig tot geen veiligheidsmarges in bij de beoordeling van de gegevens. Ze gaat zelden uit van worst-case scenario's en staat veel extrapolatie van gegevens toe. Ook gaat ze geregeld uit van modellen voor afbraak en verspreiding i.p.v. directe metingen. Omdat de basis voor de risico-beoordeling dun is, valt niet vast te stellen of en in welke mate bijen een risico lopen door het gebruik van imidacloprid. Er zijn zoveel onzekerheden gestapeld, dat risico’s voor de bijgezondheid niet zijn uit te sluiten. Dit komt overeen met conclusies van de EFSA. De reactie van het Ctgb op de aanbevelingen van CLM is bijgevoegd.