Neergang en herstel van de Roek als broedvogel in Nederland in de 20e eeuw

Roeken Corvus frugilegus worden al heel lang met argusogen bekeken. Boeren klagen over schade aan landbouwgewassen, en omwonenden van kolonies ondervinden overlast van de broedende vogels. In de periode 1924-1944 schommelde de Roekenstand tussen de 40.000 en 50.000 broedparen. Verondersteld wordt dat de Roek (Corvus frugilegus) tussen 1944 en 1954 o.i.v. de landelijke vervolgingen met 10.000 broedparen afnam. Na 1954 ging de Roek nog sneller achteruit, in 16 jaar daalde de populatie met ruim 30.000 nesten. In vergelijking met 1944 was de Roek in de jaren 1970 met 80% achteruitgegaan. De achteruitgang heeft over het gehele land plaatsgevonden.

Vier soorten sprinkhanen zijn ernstig bedreigd

Van 44 soorten sprinkhanen en krekels die zich in Nederland regelmatig voortplanten, is op basis van criteria van zeldzaamheid en voor- of achteruitgang bepaald of ze op de Rode Lijst moeten worden opgenomen. Dit bleek voor 14 soorten het geval. Volgens de laatste Rode Lijst voor sprinkhanen en krekels zijn zeker vier soorten op Nederlandse bodem ernstig bedreigd: de zadelsprinkhaan, wrattenbijter (een soort die vroeger daadwerkelijk gebruikt werd om wrattenweefsel te verwijderen), kleine wrattenbijter en het bosdoorntje. Zelfs de eens overal voorkomende huiskrekel staat inmiddels op de lijst. Het is pas de tweede keer dat er een speciale lijst voor de in Nederland voorkomende krekels en sprinkhanen is opgesteld. Het document is opgesteld aan de hand van 270.000 waarnemingen uit het veld, voornamelijk het werk van vrijwilligers en bevlogen entomologen.

EU benutte 2,9% van landbouwareaal voor biologische landbouw in 2010

In 2010 werd in de 27 lidstaten van de Europese Unie door in totaal 12 miljoen bedrijven op 171,4 miljoen hectare aan landbouw gedaan. Van die 12 miljoen bedrijven is 1,3% als biologisch aan te merken. Van het totale areaal van 171,4 miljoen hectare wordt op 5 miljoen hectare aan biologische landbouw gedaan. Dat komt overeen met 2,9%. Dat blijkt uit een nieuwe publicatie van Eurostat, het statistische bureau van de Europese Unie. De meeste landbouwbedrijven zijn te vinden in Roemenië (3,8 miljoen), Italië (1,6 miljoen) en Polen (1,5 miljoen). De grootste landbouwarealen zijn echter te vinden in Frankrijk (27,8 miljoen hectare), Spanje (23,7 miljoen hectare) en Duitsland (16,7 miljoen hectare). De hoogste percentages biologische bedrijven zijn te vinden in Oostenrijk (13%), Tsjechië (7%) en Zweden (6%).

De kans op het voorkomen van de knautiabij in Vlaams-Brabant is sterk afhankelijk van het aantal bloeiende beemdkroonplanten

De knautiabij (Andrena hattorfiana) is een grote en fraaie solitaire bij die enkel bloemen bezoekt van beemdkroon. Met steun van de provincie Vlaams-Brabant zetten Natuurpunt Studie en Aculea, de bijen- en wespenwerkgroep van Natuurpunt, een project op poten waarbij de verspreiding van de knautiabij in Vlaams-Brabant in kaart gebracht wordt in 2012 en 2013. De huidige verspreiding van de knautiabij in Vlaanderen blijkt beperkt te zijn tot een smalle band langs de Grensmaas en loopt via de leemstreek parallel met de taalgrens westwaarts tot voorbij Leuven. Dit komt perfect overeen met de kern van de verspreiding van beemdkroon in Vlaanderen. De gekende populaties knautiabij in Vlaams-Brabant vliegen op locaties met enkele 10-en tot bijna 200 planten beemdkroon. Veel andere locaties met beemdkroon bevatten momenteel simpelweg te weinig planten.

Experts Seek Retraction Of Study Linking Modified Corn And Tumors

European food safety officials have condemned a controversial study that suggested genetically modified vegetables caused tumors in rats and some advocates are calling upon the publishers of the journal in which it appeared to issue a formal retraction. The paper in question was written by University of Caen researcher Gilles-Eric Seralini and suggested that rodents developed tumors and suffered from multiple organ failure after consuming genetically altered corn produced by St. Louis-based Monsanto, according to Kate Kelland of Reuters. In a letter to the editor of the journal Food and Chemical Toxicology, which originally published the research, Maurice Moloney, head of the Rothamsted Research agricultural study group, called the paper “seriously deficient in its design, its execution and its conclusions,” Reuters added. Moloney added that it was “appalling” that a “respected” journal would publish the study. In response to those criticisms, Reed Elsevier, publishers of Food and Chemical Toxicology, published a statement on their website claiming that Seralini’s work had been “objectively and anonymously peer reviewed.” Furthermore, they said that the authors had made “a series of revisions” and that only then was “the corrected paper then accepted by the editor,” according to E.B. Solomont of the St. Louis Business Journal. The journal also said its editors and publisher would review its peer review process to ensure its standards are appropriate. ‘If we conclude that changes need to be made to the peer review process, that will be communicated openly to readers of the journal,’ the journal said,” Solomont added.

De zijdeplant, cruciaal voor de vlinders, verdween door genetisch gewijzigde gewassen in de Amerikaanse landbouw

De zwart met oranje monarchvlinder is een van de meest bekende insecten in de Verenigde Staten. Elk jaar legt hij duizenden kilometers af naar de bergen van Mexico om er samen te drommen in boomkruinen. Maar het aantal vlinders dat het jaarlijks tot in Mexico redt, daalt elk jaar. Vorig jaar namen de vlinders amper 3 hectare in, terwijl dat in 1996 nog 20 hectare was. Nieuw onderzoek toont aan dat tussen 1999 en 2010 het aantal eitjes van de monarchvlinder met maar liefst 81 procent gedaald is in het Amerikaanse Midwesten, en dat is precies de periode waarin genetisch gewijzigde gewassen de norm werden in de Amerikaanse landbouw. Onderzoekers van de University of Minnesota en de Iowa State University hebben nu de link tussen beide gevonden: in dezelfde periode verdween de zijdeplant vrijwel volledig van de Amerikaanse velden. Die zijdeplant (Asclepias syriaca) is cruciaal voor de vlinders, die er hun eitjes leggen en er als rups afhankelijk van zijn voor voedsel. Ze publiceerden hun onderzoek in het tijdschrift Insect Conservation and Diversity.

Henk Tennekes en Theo Brock spraken op uitnodiging van Frank Berendse op 11 december 2012 in Wageningen over de risico's van neonicotinoiden

Op dit moment vindt er een heftige discussie plaats over de werking van neonicotinoïden die inmiddels op grote schaal in de Nederlandse landbouw worden toegepast. De grote vraag is of er nu wel of niet voldoende wetenschappelijke evidentie aanwezig is om deze stoffen te verbieden. Of dat bij gebrek aan voldoende gegevens beter het voorzorgprincipe kan worden toegepast? Frank Berendse, de Wageningse hoogleraar Natuurbeheer en plantenecologie, heeft de toxicoloog Henk Tennekes uitgenodigd over dit thema te spreken. Tijd: dinsdag 11 december 10.30 uur – 12.00 uur. Plaats: Gaia-gebouw 101, zaal Gaia 1 en 2 (Droevendaalsesteeg 3a, Wageningen). Nadien sprak Theo Brock (Team Environmental Risk Assessment Alterra) over de beoordeling van de ecologische effecten van insecticiden in oppervlaktewater. Bijgevoegd de presentatie van Henk Tennekes. Op dia 25 levert Tennekes met de resultaten van laboratoriumonderzoek het onomstotelijk bewijs dat het gebruik van imidacloprid een ontoelaatbaar risico voor bijen vormt. Hij laat zien dat de concentraties van imidacloprid die in stuifmeel zijn gemeten binnen een week een dodelijke werking hebben op honingbijen, die een levensverwachting hebben van 6 weken in de zomer en van enkele maanden in de winter. In de omstreden literatuurstudie van Tjeerd Blacquiere et al. (Blacquière, T., Smagghe, G., van Gestel, C., Mommaerts, V., 2012. Neonicotinoids in bees: a review on concentrations, side-effects and risk assessment. Ecotoxicology 21, 973–992), die ook aan de Tweede Kamer is aangeboden, wordt vastgesteld dat de NOEL (no-observable-effect-level) voor imidacloprid bij 20 ppb ligt, maar in werkelijkheid is het zo dat zelfs een 100-voudig geringere concentratie (0, 2 ppb) nog sterfte binnen de levensverwachting van honingbijen veroorzaakt. De risico's zijn dus schromelijk onderschat, en dat is volgens Tennekes de primaire oorzaak van de verhoogde bijenvolksterfte.

De Katwijkse rioolwaterzuivering loost jaarlijks meer dan 400 kilo geneesmiddelen in het oppervlaktewater

Dat schrijft het Leidsch Dagblad naar aanleiding van uitspraken van het hoogheemraadschap van Rijnland. De medicijnuitstoot komt voor ongeveer de helft voor rekening van het LUMC. Al het afvalwater van het Leidse ziekenhuis gaat via het riool naar Katwijk. Het gaat daarbij overigens niet om geneesmiddelen die door de wc worden gespoeld, maar om resten van medicijnen die aanwezig zijn in de urine van medicijngebruikers. "Het is een heel serieus probleem", erkent de milieu-adviseur van het LUMC. "Wij hebben ook meegewerkt aan het onderzoek. Maar met de uitkomsten zijn we het niet eens. Volgens ons zitten er te veel aannames in het rapport."

Genetisch gewijzigde Roundup Ready-producten hebben het gebruik van herbiciden de hoogte ingejaagd

Agrobedrijf Monsanto zet op zijn website de voordelen van zijn genetisch gewijzigde Roundup Ready-producten in het zonnetje: de producten zouden "duurzaam en effectief onkruid onder controle houden" en het boeren mogelijk maken om "brandstof te besparen en het gebruik van herbiciden terug te dringen." Maar een studie van de Washington State University, die verscheen in het tijdschrift Environmental Sciences, maakt brandhout van die bewering. De auteurs komen tot de conclusie dat de Roundup-technologie, die alomtegenwoordig is in de Amerikaanse productie van maïs, soja en katoen, het gebruik van herbiciden de hoogte heeft ingejaagd.

Deze zomer vliegen er minder wespen rond dan in voorgaande jaren

Volgens de Wageningen Universiteit zijn er op een aantal plaatsen zelfs 80 procent minder wespen dan anders. Veel soorten wespen vangen levende insecten en andere ongewervelden om zichzelf en de larven te voeden. Kolonievormende soorten die een nest maken kauwen deze fijn, waarna het papje aan de larven gevoerd wordt. Er zijn ook soorten die levende prooien vangen, deze naar een hol of broedcel brengen en een eitje bij de verlamde prooi afzetten. De uit het ei gekropen larve eet de prooi dan levend op. De keverdoders jagen op kevers, dolkwespen vangen verschillende prooien en de spinnendoders spreken het meest tot de verbeelding; ze jagen uitsluitend op spinnen.