De EFSA faalde bij de beoordeling van de halfwaardetijd van imidacloprid in de bodem

In het Verenigd Koninkrijk is het parlement flink aan het ruziën over de veiligheid van imidacloprid, één van de meest gebruikte pesticiden ter wereld. De Europese overheidsinstanties hebben klaarblijkelijk jammerlijk gefaald. Volgens Joan Walley (voorzitter van het Environmental Audit Committee (EAC)) waren de toelatingsautoriteiten van de EU blind voor de gevaren van imidacloprid. Het onderzoek werpt grote vragen op over de transparantie, integriteit en effectiviteit van de EU-wetgeving ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelen. Zo beschikten de autoriteiten over gegevens die aantoonden dat de persistentie van imidacloprid in de bodem minstens 10 keer hoger was dan de EU wetgeving überhaupt toelaat.

Duitse onderzoekers ontdekken het mechanisme waarmee een bestrijdingsmiddel de ziekte van Parkinson veroorzaakt

De ziekte van Parkinson (ook wel kortweg parkinson genoemd), vernoemd naar de Engelse arts James Parkinson (1755-1824), is een hersenziekte waarbij zenuwcellen, vooral, maar niet uitsluitend de zenuwcellen van de substantia nigra ("zwarte stof"), langzaam afsterven (degenereren). Ongeveer drie procent van de bevolking lijdt aan de ziekte van Parkinson. Al meer dan honderd jaar wordt er gezocht naar pesticiden als oorzakelijke factor in het ontstaan van de ziekte van Parkinson. Mensen die werken en wonen in agrarische gebieden, hebben een sterk verhoogd risico om de ziekte te ontwikkelen. Daarbij worden met name maneb, paraquat, chlordaan, DDT, chloorpyrifos, diazinon, rotenon en malathion met Parkinson in verband gebracht (bijlage). Onderzoekers uit Dresden hebben nu het mechanisme ontdekt waarmee het insecticide rotenon de symptomen van de ziekte veroorzaakt, zo deelde het Universitair Ziekenhuis van Dresden mee.

De Gezondheidsraad waarschuwt voor blootstelling aan bestrijdingsmiddelen tijdens de zwangerschap

De Gezondheidsraad heeft onderzoek gedaan naar de mogelijke oorzaken van kinderleukemie (Engelstalig rapport in de bijlage), omdat het aantal gevallen van de ziekte in de jaren negentig opeens steeg. Jaarlijks krijgen nu ongeveer vijf op de honderdduizend kinderen de ziekte, een vorm van kanker aan het bloedvormende systeem van het lichaam. Vrouwen die zwanger zijn of het willen worden, moeten niet werken met bestrijdingsmiddelen.

Het wordt stiller en stiller op het platteland

Dat blijkt uit de Vogelbalans 2012, de jaarlijkse graadmeter van de Nederlandse vogelpopulatie. Van de broedvogels op het platteland is de voorbije vijftig jaar driekwart verdwenen, berekent Sovon. Grootste verliezer is de veldleeuwerik (Alauda arvensis), waarvan de populatie sinds 1960 met 96 procent is afgenomen. Andere prominente verliezers zijn de patrijs Perdix perdix (-93 procent), de zomertortel Streptopelia turtur (-92 procent), de ringmus Passer montanus (-93 procent) en de grutto Limosa limosa (-68 procent). De Vogelbescherming Nederland is geschrokken. 'Het gaat slechter dan we al vreesden', aldus woordvoerster Marieke Dijksman. Zij is bang dat de financiering van de maatregelen om de vogels te redden, onder druk komt te staan. 'Er wordt officieel gewerkt aan vergroening van het Europese landbouwbeleid, maar in de praktijk komt daar niets van terecht.'

De natuurkwaliteit van macrofauna is in de meeste oppervlaktewateren ontoereikend of matig

Dit is bepaald aan de hand van de macrofauna-maatlat van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Macrofauna zijn kleine, maar met het blote oog zichtbare, ongewervelde dieren (insecten, slakken, etc) die in het oppervlaktewater leven. Van elke bemonstering van de waterschappen is de aanwezige macrofauna vergeleken met de referentie voor natuurlijke wateren of voor de maximaal haalbare kwaliteit bij kunstmatige wateren. Slechts een klein deel van de wateren (ongeveer 10%) heeft een goede natuurkwaliteit. Een goede natuurkwaliteit komt voor langs de grens met Duitsland, de sprengen (gegraven beken) van de Veluwe, de Wieden en Weerribben, bij brakke wateren in Zeeland en langs de Overijsselse Vecht.

Kinderen die tijdens de zwangerschap blootgesteld werden aan pesticiden hebben op latere leeftijd vaak een lager IQ.

Kinderen die tijdens de zwangerschap blootgesteld werden aan pesticiden die vaak op voedingsgewassen gebruikt worden, hebben op latere leeftijd vaak een lager IQ. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Berkeley. De wetenschappers volgden 329 kinderen van bij de zwangerschap tot ze zeven jaar oud waren. De kinderen leven allemaal in Salinas, een landbouwstadje in Californië. Uit de studie blijkt dat naarmate de kinderen als foetus meer blootgesteld werden aan organofosfaten, ze later duidelijk minder goed scoren op IQ-tests. "Het verband is substantieel", zegt hoofdonderzoeker Brenda Eskenazi, hoogleraar Epidemiologie en Kindergezondheid. "Het verschil kan erop wijzen dat die kinderen gemiddeld slechter scoren in het onderwijs en meer aandacht vragen op school."

De huidige kwaliteit van waterplanten in het Nederlandse oppervlaktewater is slecht tot matig

Dit is bepaald met de maatlatten van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze maatlatten zijn opgesteld voor elk watertype. Het uitgangspunt voor een 'zeer goede kwaliteit' is de natuurlijke referentie: de waterplantengemeenschap die kan worden aangetroffen in een ongestoorde, optimale situatie. De meeste wateren hebben een waterplantengemeenschap die (ver) afwijkt van deze natuurlijke referentie. De geringe kwaliteit komt vaak door vermesting zodat dat het water voedselrijk (eutroof) is. Andere oorzaken zijn een onnatuurlijke inrichting, een vastgesteld waterpeilbeheer en een vervuilde, voedselrijke waterbodem.

Onderzoek naar de oorzaken van de massale sterfte van amfibieën in Nederland

Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) en RAVON doen onderzoek naar de oorzaken van massale sterfte van amfibieën in Nederland. In 2011 hebben we onderzoek naar ranavirus uitgevoerd in o.a. het Dwingelderveld. Al jaren melden betrokken vrijwilligers bij RAVON sterfte van amfibieën. Meestal betrof dit sterfte die terug te voeren was op dieren die onder het ijs waren gestikt, maar soms ook betrof het onduidelijker oorzaken. Om inzicht te krijgen in de mogelijke oorzaak van deze massale sterfte, heeft DWHC een enquête verstuurd naar alle actieve RAVON waarnemers. Heeft u deze enquête niet ontvangen, maar wilt u wel doorgeven of u wel of geen sterfte heeft waargenomen, neemt u dan contact op met DWHC via email: dwhc@uu.nl.

Een weesgegroetje voor het Rozenkransje?

Het Rozenkransje (Antennaria dioica) is een tweehuizige, kruipende plant, die zich behalve via zaad ook vegetatief kan uitbreiden. De soort was vroeger een algemene verschijning in schrale graslanden in de duinen en op de hogere zandgronden. Sinds 1950 is het Rozenkransje echter gestaag afgenomen. Er zijn aparte mannelijke en vrouwelijke planten en de aanwezigheid van beide geslachten in een populatie is noodzakelijk voor een succesvolle voortplanting. De bestuiving van het Rozenkransje beïnvloedt de levensvatbaarheid. De bloemhoofdjes worden bezocht door een breed scala aan insecten, verschillende soorten vliegen, zweefvliegen, bijen, mieren en dagvlinders. Het aantal insecten dat op de bloemhoofdjes wordt gezien is echter relatief laag. Een bestuivingsexperiment in twee populaties bij Bergen aan Zee liet zien dat het met de hand opbrengen van extra stuifmeel op de stempels van natuurlijk bestoven bloemhoofdjes tot een zeer sterke toename in de zaadproductie (van 20 naar 60 zaden/hoofdje) leidde.

Volgens het Europees Milieuagentschap (EEA) zal slechts de helft van het Europese oppervlaktewater de doelstellingen van de kaderrichtlijn water halen tegen 2015

De problemen blijven zowel bij het Europese oppervlakte- als grondwater groot. Daarvoor heeft de EU ecologische, chemische en kwantitatieve normen opgesteld, in de zogeheten kaderrichtlijn water. Die normen moeten vanaf 2015 gehaald worden, maar meer dan de helft van het oppervlaktewater (rivieren, meren en kustzones) krijgt echter nog steeds een onvoldoende voor de ecologische normen. Het jongste EEA-rapport voorspelt dat slechts 52 procent van het Europese water de normen haalt die de Europese Unie zichzelf voor 2015 heeft opgelegd. In zestien EU-landen is meer dan 10 procent van het grondwater er chemisch slecht aan toe. In Vlaanderen, Luxemburg, Tsjechië en Malta loopt dat zelfs op tot 50 procent.