Tientallen procenten van de gebruikte dosering van gewasbeschermingsmiddelen kunnen vanaf de toepassingsplaatsen via de lucht naar het milieu worden uitgestoten

De laatste jaren wordt steeds duidelijker dat gewasbeschermingsmiddelen door verspreiding via de lucht ook terecht komen in gebieden op grotere afstand van de toepassingsplaatsen. Bij een tussentijdse evaluatie van het Meerjarenplan Gewasbescherming is gebleken dat de atmosferische route een allesoverheersende rol speelt: meer dan 90% van de uitstoot van gewasbeschermingsmiddelen vanaf de toepassingsplaatsen naar het milieu (emissie) geschiedt via de lucht. Het kan daarbij gaan om tientallen procenten van de gebruikte dosering. Het omvangrijke gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen resulteert in de alomtegenwoordigheid van deze stoffen in lucht en regenwater en in hun verspreiding via de atmosfeer over grote gebieden. De atmosferische belasting die hiervan het gevolg is, treft ook gebieden buiten de onmiddellijke omgeving van de toepassingsplaatsen.

Ze is enkele orden van grootte lager dan de aanvoer op de behandelde percelen zelf en ten minste een à twee orden van grootte lager dan de belasting van de aangrenzende bermen, kavelsloten en dergelijke. De kwaliteit van het regenwater voldoet echter dikwijls niet aan op toxiciteitsgegevens gestoelde normen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Daarom acht de Commissie ‘Atmosferische verspreiding van bestrijdingsmiddelen’ van de Gezondheidsraad ecologische schade buiten de onmiddellijke omgeving van de behandelde percelen niet uitgesloten. Mede gelet op de grootschaligheid van het probleem vindt ze een inperking van de risico’s van atmosferische verspreiding aangewezen om de instandhouding van natuurwaarden te waarborgen. De meest doeltreffende manier is vermindering van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen, maar aanscherping van het toelatingsbeleid is eveneens nodig.

Dit beleid is nu alleen gericht op het beperken van de milieuschade op en rond de behandelde percelen als gevolg van de rechtstreekse toediening en depositie van druppels spuitvloeistof op de naastgelegen kavelsloot. Dat is echter, naar de mening van de commissie, onvoldoende om schade op grotere afstand ten gevolge van atmosferische verspreiding te voorkomen. Het feit dat uit die verspreiding een relatief geringe belasting resulteert, doet daar niets aan af. Het blootstellingspatroon ten gevolge van atmosferisch transport wijkt namelijk aanzienlijk af van dat door rechtstreekse toediening of drift van druppels spuitvloeistof. Het wordt gekarakteriseerd door een chronische blootstelling aan, mogelijkerwijs, een heel scala van gewasbeschermingsmiddelen. Bovendien kunnen in natuurgebieden omstandigheden heersen die het gedrag (omzetting, mobiliteit) van gewasbeschermingsmiddelen kunnen beïnvloeden (lage pH, geringe beschikbaarheid van voedingsstoffen, lage temperatuur en bijgevolg een geringe microbiële activiteit), terwijl daar aanwezige populaties van organismen en levensgemeenschappen verhoudingsgewijs wellicht extra kwetsbaar zijn.
Bron:
Gezondheidsraad: Commissie Atmosferische verspreiding van bestrijdingsmiddelen. Atmosferische
verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen; een ecologische risico-evaluatie.
Den Haag: Gezondheidsraad, 2000; publicatie nr 2000/03.