Dat geldt zowel voor de groepen die als larve aan water zijn gebonden, zoals haften, libellen en steenvliegen, als ook bij groepen die geheel op het land leven. De relatief grootste achteruitgang is geconstateerd bij de steenvliegen. Door watervervuiling en normalisering van beken en rivieren verdwenen voor 1940 14 van de 28 inheemse soorten, tot 1960 nog eens vijf, en van de resterende negen soorten zijn er vier zéér lokaal en is één in de Geul levende soort al meer dan tien jaar niet waargenomen. Van de 60 soorten inheemse libellen worden er 15 in hun voortbestaan bedreigd; van de 76 soorten inheemse dagvlinders wordt voor 30 soorten gevreesd.
Bron: www.museumkennis.nl
http://www.museumkennis.nl/nnm.dossiers/museumkennis/i000962.html
Verdere informatie over de achteruitgang van de steenvlieg in Nederland:
http://www.compendiumvoordeleefomgeving.nl/indicatoren/nl1206-Steenvlieg...