Hedgehogs, Bats

24 Junge Igel in Jena beenden ihren Winterschlaf

Wenn es im Herbst ab und an in der Hecke raschelt, dann sucht wahrscheinlich ein kleiner Igel Deckung und wühlt sich unter die Blätterhaufen. Vielleicht sucht er hier auch nach einer Schnecke, um seinen Hunger zu vertreiben. Roland Seime ist der Mann, der sich im Saale-Holzland-Kreis und Jena um Igeljunge kümmert, die den Herbst alleine nicht überleben würden. Er nimmt sie bei sich auf und pflegt sie in seiner Igelstation in Jena-Winzerla. Zur Zeit wachen seine kleinsten Igeljungen aus dem Winterschlaf auf. "Sie haben Hunger und müssen fressen", sagt er. Die kleinen Tiere sind auf Futtersuche, weshalb es sein kann, dass man sie am Tag auch in der freien Wildbahn sieht. Denn eigentlich sind Igel nachtaktiv und wollen sich tagsüber verstecken und schlafen. Roland Seime hält zwei Jungtiere in seinen Händen, die es jeweils gerade einmal auf 400 Gramm bringen. "Sie sind schon wach, um nach Nahrung zu suchen", sagt er. "Sonst würden sie nicht überleben."

Impacts of Neonicotinoid Insecticides on Biodiversity Need Urgent Attention

Neonicotinoid insecticides are a relatively new, but widely-used, class of systemic, water-soluble nerve poisons. They are readily incorporated into all plant cells, as well as pollen and nectar. They act by binding to acetylcholine receptors of plant-feeding insects, inducing depolarization of motor neurons, tetanic contractions, neuromuscular destruction and death. Non-target plant-feeding insect groups (e.g., bees, certain moths and butterflies) exposed to these insecticides are at risk. Declines in these insect groups are well documented, while noting that these declines can be attributed to habitat loss and invasive species as well as to pollution from neonicotinoid insecticides and other agricultural chemicals. In many agricultural areas, populations of animals that rely on plant-feeding insects as food sources (e.g., birds, bats, amphibians, predatory insects) are also declining.

De neonicotinoiden veroorzaken met de uitroeiing van de geleedpotigen een breuk in de voedselketen en vernietigen de 'web of life'

In minder dan 20 jaar zijn de neonicotinoiden wereldwijd uitgegroeid tot de meest gebruikte insecticiden met een marktaandeel van meer dan 25%. Dat deze stoffen ook de meest gevaarlijke insecticiden zijn die ooit op de markt zijn gekomen, begint velen zo langzamerhand te dagen. Neonicotinoiden verontreinigen het milieu overal daar waar ze gebruikt worden, zoals bijvoorbeeld is aangetoond in het Westen van Nederland, op de Southern High Plains van Texas, in de Central Valley van Californië, en op de uitgestrekte Canadese prairies. De stoffen worden maar langzaam afgebroken, en hebben halfwaardetijden die op sommige bodems kunnen oplopen tot bijna 20 jaar, en ze zijn bovendien uitzonderlijk giftig voor geleedpotige dieren, vooral op langere termijn. Zo is een scenario voor een milieu catastrofe ontstaan zoals de Amerikaanse biologe Rachel Carson heeft beschreven in haar boek Silent Spring ('dode lente'). Sinds 2009 verzamelt de toxicoloog Henk Tennekes op deze website gegevens over geleedpotigen (bijen, hommels, vlinders, en vele andere soorten) en dieren die van geleedpotigen afhankelijk zijn (vogels, vissen, amfibieën, reptielen en zoogdieren). Na vijf jaar verzamelen van gegevens maakt de website het overduidelijk dat het bar slecht gaat met deze soorten en ze met uitsterven worden bedreigd. Als niet op korte termijn wordt ingegrepen met een verbod op alle toepassingen van de neonicotinoiden, zal een ineenstorting van het ecosysteem onvermijdelijk worden, waardoor vrijwel alle levensvormen met uitsterven worden bedreigd.

A new fungal infection is killing Quebec’s bats at a fearsome rate and could lead to the disappearance of entire colonies and species in the province if its spread is not checked

White-nose syndrome attacks bats as they hibernate and induces activity that wastes vital energy reserves needed to get them through the winter. The disease gets its name from the white fungus identified as geomyces destructans that grows around the muzzles of infected bats. First detected in Quebec three years ago, white-nose syndrome has now decimated bat colonies around the province and is estimated to have killed 5.7 million bats in eastern North America. There is no known cure for the fungal infection. “It’s one of the fastest declines for a species,” says Anouk Simard, a biologist with Quebec’s Environment Ministry. “In three years a very common species that we never worry about is now so low that it might disappear. It’s very serious.”

White-Nose Syndrome: Small brown bat may soon disappear from New England states

In 2006, New England states started observing a disturbing trend in the local population of bats — a fatal new fungus was killing off thousands of bats across several species lines. Seven years later, more is known about White Nose Syndrome, but the fungus that has decimated local bat populations continuous to vex researchers. And the impact is alarming: the small brown bat, once the most common bat in the Northeast, may not be found regionally within 12 years if the spread of the fungus can’t be contained.

Henk Tennekes urges Canada’s Pest Management Regulatory Agency to conduct a comprehensive review of the environmental impact of neonicotinoid insecticides

I understand that Canada’s Pest Management Regulatory Agency recently announced that it “has determined that current agricultural practices related to the use of neonicotinoid-treated corn and soybean seed are affecting the environment due to impacts on bees and other pollinators” (based on findings in Ontario and Quebec). They are applied as seed dressings on wheat and canola on the prairies, and that PMRA is providing an opportunity for public comment. I would like to urge PMRA to conduct a serious, more comprehensive review of the environmental impact of neonicotinoid insecticides. My reasoning is as follows. Insects are quietly but rapidly disappearing. The great American biologist, E O Wilson, said insects were world-rulers, because they play a central role in maintaining ecosystems and the whole web of life. The recent alarms in Europe and America about the fate of the honey bee – colonies have been crashing in increasing numbers – have started to open people's eyes to insects' importance in a more general way. But it is only the beginning of an understanding, and much more is needed if we are to take the action necessary to preserve our populations of insects and other invertebrates, the creatures without backbones which make up the majority of animal life, including snails, worms and spiders (spiders being arachnids, not insects).

In Chinese hoefijzerneusvleermuizen zijn virussen ontdekt die nauw verwant zijn aan het beruchte SARS-virus

Wetenschappers van het EcoHealth Alliance hebben in samenwerking met internationale onderzoekers de SARS-corona-virussen ontdekt bij de zogeheten Rhinolophus sinicus. De onderzoekers vonden minstens zeven verschillende varianten van het SARS-virus. Het onderzoek doet vermoeden dat Chinese vleermuizen nog meer virussen met zich meedragen die kunnen leiden tot grote epidemieën, zoals de SARS-uitbraak van tien jaar geleden. ‘Nog erger, we weten niet hoe dodelijk de virussen zijn als zo’n uitbraak eenmaal plaatsvindt’, zegt studieleider Daszak (hoofd van EcoHealth Alliance) . ‘Daarom moeten we vleermuisterritoria beschermen tegen invloeden van de mens, zodat zij ongestoord kunnen leven. Maar we moeten ook gezondheidsmaatregelen nemen, zoals het ontwikkelen van vaccins, om de kans op besmetting te verkleinen.’ De resultaten van Daszak en collega’s, die deze week werden gepubliceerd in het tijdschrift Nature, zijn afkomstig uit analyses van monsters die in het afgelopen jaar zijn afgenomen bij de hoefijzerneuzen.

Three leading Australian environmental scientists have called for a substantial change to the way the world responds to wildlife that is going extinct

In a paper provocatively entitled “Counting the books while the library burns”, the researchers produce evidence that many wildlife programs round the world are monitoring species to the point of extinction – often without taking the necessary action to save them. Professor David Lindenmayer and Dr Maxine Piggott of the ARC Centre of Excellence for Environmental Decisions (CEED) and the Australian National University, and Assoc. Professor Brendan Wintle of CEED and the University of Melbourne warn in the journal Frontiers of Ecology that some conservation programs are standing by and watching species die out. Their work, funded through Australia’s National Environmental Research program (NERP), highlights the growing challenge of saving almost 20,000 endangered animals, birds and reptiles from extinction – and proposes a new action plan. “Of the 63,837 species assessed worldwide using the International Union for Conservation of Nature (IUCN) Red List criteria, 865 are extinct or extinct in the wild and 19,817 are listed as critically endangered, endangered, or vulnerable to extinction,” the researchers say. “Since the start of the 21st century alone, at least 10 species of vertebrates are known to have gone extinct, although this is likely to be a substantial underestimate.”

Er werd ons een groene en duurzame hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid beloofd en dit is wat we kregen

In ruil voor de miljarden euro's aan jaarlijks betaalde belastingen werd de Europeanen een groene en duurzame hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) beloofd. Maar nu de besluiten zijn genomen is het zeer onwaarschijnlijk dat een groenere en duurzame landbouw vorm aan zal nemen. Vrijstelling van groene maatregelen is eerder regel dan uitzondering geworden. Erger nog, in sommige landen is deze zogenaamde "groene" hervorming eerder een stap achteruit door onevenredige bezuinigingen op het groene Fonds voor plattelandsontwikkeling en een reductie van de milieu-eisen.

Unbemerkt - Schleichender Verlust an Biodiversität

Der Verlust an Biodiversität geht schleichend und für viele unmerklich vor sich. Neben den Schmetterlingen u.a. Insekten sind auch die Wirbeltiere vom intensiven Obstbau geschädigt, was am Beispiel der Vogelwelt gut belegbar ist. Es sind zwei Gründe, die zur Ausrottung bestimmter Vogelarten in der Talsohle des intensiven Obstbaus geführt haben. Zum einen ist es der Lebensraumverlust und zum anderen der Spritzmitteleinsatz. Als Beispiele seien zwei früher häufige Arten genannt, die Feldlerche (Alauda arvensis) und der Neuntöter (Lanius collurio). Beide Arten stehen auf der Roten Liste der bedrohten Vogelarten und es sind vor allem die Lebensraumveränderungen, die zu ihrem starken Rückgang (europaweit!) geführt haben. Für beide Arten bietet der Obervinschgau zurzeit noch gute Brutgebiete. In der Heckenlandschaft Hoache/Mals (ca. 100 ha) wurde am 19. Juni 2013 die erstaunliche Zahl von 27 Neuntötern (15 Männchen, 9 Weibchen und einige Jungvögel) gezählt, wobei mehrere Brutpaare beobachtet werden konnten. Dieses Brutgebiet ist bei einer weiteren ungehinderten Ausbreitung des intensiven Obstanbaus ohne ökologische Ausgleichsmaßnahmen in höchstem Maß gefährdet. Dabei ist der Neuntöter nur ein Indikator für viele weitere Tierarten des Gebietes. Die Malser Haide hingegen stellt eines der letzten bedeutenden Brutgebiete für die Feldlerche dar. Auch diese Vogelart kann sich nicht an den Obstbau anpassen. Weitere stark bedrohte Arten sind Schwarzkehlchen (Saxicola rubicola), Wiedehopf (Upupa epops), Wendehals (Jynx torquilla), Goldammer (Emberiza citrinella), Braunkehlchen (Saxicola rubetra), Wachtel (Coturnix coturnix) und Wachtelkönig (Crex crex).

Syndicate content