De stille crisis in de Europese biodiversiteit kost de EU 450 miljard euro. Per jaar. D66-Europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy, speciaal rapporteur Biodiversiteit van het Europees Parlement, dringt in zijn conceptrapport aan op het No Net Loss principe: wie schade toebrengt aan de natuur, moet dat compenseren. Gerbrandy leidt het onderzoek van het Europees Parlement naar de strategie die het verlies aan biodiversiteit in 2020 minstens tot stilstand moet brengen. "Een kwart van de planten en dieren in Europa dreigt uit te sterven", aldus Gerbrandy bij de presentatie van zijn conceptrapport. "De vernietiging van de natuur kost jaarlijks zo'n 3 procent economische groei. Toevallig precies het bedrag dat Europa wanhopig bij elkaar zoekt voor het reddingsfonds van de euro. Maar dan jaar in, jaar uit."
Het natuurlijke erfgoed van Europa laat, volgens nieuw onderzoek, een zorgwekkende daling zien. Met de Europese rode lijst, onderdeel van de rode lijst van bedreigde diersoorten™ van de internationale natuurbeschermingsunie IUCN, wordt de toestand van een aanzienlijk deel van de inheemse flora en fauna van de EU beoordeeld. Uit de beoordeling van ongeveer 6000 soorten blijkt dat 44% van alle zoetwaterweekdieren, 37% van de zoetwatervissen, 23% van de amfibieën, 20% van bepaalde groepen van landweekdieren, 19% van de reptielen, 15% van de zoogdieren en libellen, 13% van de vogels, 11% van bepaalde groepen van houtkevers, 9% van de vlinders en 467 soorten vaatplanten nu worden bedreigd.
Een amendement van mevrouw Wiegman van de ChristenUnie (CU), ingediend tijdens de begrotingsbehandeling Natuur, waarin het kabinet werd gevraagd om voor de korte termijn geld vrij te maken voor de bescherming van ernstig bedreigde soorten heeft geen meerderheid gekregen. Het gaat daarbij om soorten zoals de grote vuurvlinder Lycaena dispar, de blauwe kiekendief Circus cyaneus en de muurhagedis Podarcis muralis. Naast CU hebben de PvdA, SP, GroenLinks, SGP en PvdD het amendement gesteund.
WWF-België, Natuurpunt en Natagora zijn zwaar teleurgesteld in de resultaten van de Europese Raad die gisteren plaats had: de belangen van de landbouwlobby hebben zwaar doorgewogen op de bescherming van de biodiversiteit. Zo blokkeerde Duitsland de inschrijving van specifieke beschermende maatregelen voor de biodiversiteit in het Gemeenschappelijke landbouwbeleid. Chris Steenwegen, directeur Natuurpunt: "Als we zien hoe lang de Europese milieuministers gesleuteld hebben aan een compromis, dan voorspelt dat weinig goeds voor de toekomst. Dit was een sleutelmoment om een duidelijk signaal aan hun Landbouwcollega’s te geven over de rol van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid in het behalen van de biodiversiteitdoelstellingen.” Damien Vincent, CEO van WWF-België: "Het lot van de biodiversiteit ligt nu grotendeels in de handen van de landbouwministers. De landbouwsector moet zich realiseren dat de bescherming van de biodiversiteit ook hun verantwoordelijkheid is, en dat ze daar overigens voor vergoed kan worden. In ieder geval belangt de biodiversiteit ons allen aan. Ze moet dan ook opgenomen worden in het hart van de Europese en nationale wetgevingen."
Terwijl grote delen van de wereld voor de uitdaging staan om meer voedsel te produceren per hectare, bereiken we in West-Europa juist de grenzen van de intensivering. Na decennia van schaalvergroting zijn monoculturen ontstaan die kwetsbaar zijn voor plant- en dierziekten. Kwistig gebruiken we pesticiden en antibiotica. Zelf worden wij er steeds vaker ziek van. De bij, onmisbaar in de natuurlijke kringloop, lijkt er aan onderdoor te gaan. Weidevogels verdwijnen, stallen verworden tot lelijke puisten in het landschap, water vervuilt en het is slecht gesteld met dierenwelzijn. We staan op een kruispunt. Gaan we door op de ingeslagen weg? Of gaat het roer om en kiezen we voor duurzame landbouw? GroenLinks kiest resoluut voor het model van duurzame landbouw. Een landbouw die zich richt op het sluiten van kringlopen. Een landbouw die de bodem blijvend verrijkt door een steeds wisselende gewassenteelt. Die de natuur niet dood spuit. Die de essentiële rol van de boer in het behoud van ons landschap erkent en beloont. Een landbouw meer lokaal geproduceerd, die smaakvol eten oplevert.
Wereldwijd is er een dramatische daling van het aantal bijen. De bij is onmisbaar voor de productie van ons voedsel, zonder bestuiving is de teelt van groente en fruit bijna onmogelijk. Een voorstel om de situatie van de bij te verbeteren is door de landbouwcommissie van het Europees Parlement ernstig afgezwakt. Het vraagt om onderzoek naar alle factoren die een rol spelen bij de bijensterfte. Een van die factoren is het gebruik van pesticiden, maar na een felle lobby van de farmaceutische industrie zijn alle specifieke eisen voor pesticiden geschrapt.
GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout: "De parlementsleden in de landbouwcommissie roepen om het hardst dat er iets gedaan moet worden aan bijensterfte, maar als het erop aan komt wordt de farmaceutische industrie de hand boven het hoofd gehouden. Tal van wetenschappers bevestigen dat bepaalde pesticiden schadelijk zijn voor bijen. De landbouwcommissie zet een stap terug in de tijd die we ons niet kunnen veroorloven, daarvoor is de bij te belangrijk voor onze voedselproductie." Een aantal Europarlementariërs heeft een motie ingediend waarin om een verbod van neonicotinoide insecticiden wordt gevraagd. Deze motie (zie bijlage) werd op 15-11-2011 in stemming gebracht en verworpen.
Onderzoek het IQ van schoolkinderen in de omgeving van Noordwijkerhout en in de kop van Noord-Holland. Vergelijk dat met dat van kinderen in regio’s met lage concentraties bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater. Volgens toxicoloog dr. Henk Tennekes weet je dan snel of vervolgonderzoek nodig is.
Biologische bestrijding is in de afgelopen veertig jaar uitgegroeid tot een succesvol, milieuvriendelijk en bedrijfseconomisch verantwoord alternatief voor chemische plaagbeheersing in de fruit- en wijnteelt, de glastuinbouw en de productie van gewassen als maïs, katoen, suikerriet en soja. Maar zet je het aandeel biologische bestrijding uit tegen de chemische bestrijding, dan is dat nog ontluisterend laag. Bovendien komen er steeds minder natuurlijke vijanden op de markt. De knellende regelgeving en een nog vaak afwijzende houding van veel direct betrokkenen zijn daar debet aan. Het is daarom nodig nieuwe wegen in te slaan en ecologisch verantwoorde plaagbeheersing een echte kans te geven.
Een kleine 40 natuur- en milieuorganisaties met samen ruim een miljoen leden willen dat het Groene Hart een zogenoemd Europees landschap wordt. De organisaties, die samen de stichting Groene Hart hebben gevormd, vinden dat het gebied internationale allure heeft. Ze zijn het niet eens met het kabinet, dat het Groene Hart de status van nationaal landschap wil ontnemen. Volgens de stichting heeft het kabinet geen enkele ruimtelijke visie op landelijk gebied.
In een oproep die verzonden is aan minister van Milieu Melanie Schultz van Haegen noemen de natuur- en milieuorganisaties het Groene Hart ‘het visitekaartje van Nederland’. Ze wijzen erop dat het om een van de grootste aaneengesloten wetlands ter wereld gaat en dat er Unesco-werelderfgoederen in liggen als de waterlinie en de molens van Kinderdijk.
De commissie van de Gezondheidsraad die op 2 september 2011 het advies heeft uitgebracht aan staatssecretaris Atsma van Milieu om een onderzoek in te stellen onder omwonenden van boerenbedrijven die veel bestrijdingsmiddelen gebruiken is unaniem van mening dat het onderzoek onder omwonenden van landbouwpercelen in twee stappen op te splitsen is: blootstellingsonderzoek en gezondheidsonderzoek (zie bijlage). De vice-voorzitter van de Gezondheidsraad, prof. dr. H. Obertop, schrijft verder dat op geleide van de uitkomsten van het blootstellingsonderzoek dan te bepalen zou zijn of gezondheidsonderzoek zinvol is en hoe dat er dan uit zou moeten zien. De gemeten blootstelling zou worden getoetst aan veilig geachte referentiewaarden, zoals die voor de blootstelling van personen die de middelen toepassen (de zogenoemde AOEL) en van consumenten (de ADI en de ARfD). Navolgend de reactie van de toxicoloog Henk Tennekes op dit advies.