Wetland birds, Farmland birds, Meadow birds, Heathland birds, Settlement birds, Woodland birds, Coast birds, Marsh birds, Swallows, Prairie birds, General

Het voor merels dodelijke Usutu-virus verplaatst zich nu richting Nederland

Het voor vogels, en met name merels (Turdus merula), dodelijke Usutu-virus waart rond in de aan Nederland grenzende deelstaat Nordrhein-Westfalen. Het oorspronkelijk uit Afrika stammende Usutu-virus heeft in 2011 een derde van de merel populatie in Duitsland vernietigd, en er zijn aanwijzingen dat het virus zich nu richting Nederland verplaatst. Sinds de eeuwwisseling hebben zich in ook Oostenrijk, Zwitserland en Hongarije uitbraken van Usutu voorgedaan onder vogels. Het virus kan via muggenbeten op mensen worden overgebracht, maar er is nog slechts een geval bekend van een menselijke besmetting in Italie in 2009.

"Het geel" slaat sinds 2005 verwoestend toe bij tuinvogels in Europa

Een dodelijke infectieziekte bekend als ‘het geel’ die verantwoordelijk is voor massale sterfte van twee van de meest populaire tuinvogels in het Verenigd Koninkrijk heeft zich nu verder uitgebreid in Europa. Trichomonosis, een ziekte die normaliter vooral voorkomt bij duiven, heeft vanaf 2005 op de Britse eilanden verwoestend toegeslagen bij de groenling Carduelis chloris en de vink Fringilla Coelebs. De eencellige Trichomonas gallinae veroorzaakt bij deze vogels een geel abces in de keel, waardoor de dieren meestal binnen vier dagen sterven door honger of ademnood. In sommige gebieden daalde de vinken populatie met een vijfde en groenling populatie met een derde. Nu toont onderzoek dat in het tijdschrift EcoHealth werd gepubliceerd aan dat vinken die van Britse kusten naar Scandinavië migreren soortgenoten aldaar met de ziekteverwekker trichomonas gallinae hebben besmet. In Noorwegen, Zweden en Finland werden in de zomer van 2008 voor het eerst vinken gevonden die gestorven waren aan trichomonosis. Maar ook bij zangvogels in Oost-Nederland en in het westen van Duitsland werd in 2009 ‘het geel’ vastgesteld. Hoewel er niet direct vogelsoorten met uitsterven worden bedreigd, verwacht vogelexpert Jansman van Wageningen Universiteit dat de populatie groenlingen, nu 50.000 tot 100.000 broedparen, stevig zal teruglopen. „Ze sterven bij bosjes.” Begin 2012 werd gemeld dat in Lageland in de provincie Groningen huismussen zijn dood gegaan aan “het geel”, dat dus nu ook al rond gaat in het noorden van Nederland.

Der Einsatz von Pestiziden ist zu einer ernsthaften Bedrohung für viele Seglerarten geworden

Mauersegler (Apus apus) verbringen fast ihr ganzes Leben in der Luft. Neben der Nahrungssuche und dem Trinken meistert er auch das Schlafen, die Gefiederpflege und die Paarung im Flug. Lediglich zur Brut und Jungenaufzucht wird "Bodenkontakt" aufgenommen. Mauersegler fressen nur in der Luft schwebende Insekten und Spinnen. Nur wenige Vögel stehen in so ambivalenten Beziehungen zum Menschen wie die Segler. Mauersegler sind mittlerweile zu 99 Prozent Bewohner menschlicher Siedlungen. Durch Altbausanierungen und die hermetische Abriegelung der Neubauten werden Nistmöglichkeiten für den Koloniebrüter immer knapper. Auch der Einsatz von Insektiziden und Herbiziden ist zu einer ernsthaften Bedrohung für viele Seglerarten geworden. Eine natürliche Gartengestaltung und der Verzicht auf Insektizide kommen dem Mauersegler und zahlreichen anderen Gartenvögeln zugute. An den heimischen Sträuchern und Blumen finden sich viele Insekten, die nicht nur dem Mauersegler als Nahrung dienen. Es ist zu befürchten, dass diese jetzt noch häufigen Vögel, die über Jahrhunderte mit ihren Flugspielen und Rufen die Sommerabende unserer Städte belebten, aus dem Siedlungsbild ebenso unaufhaltsam verschwinden werden, wie sie es einstmals für sich erobert haben.

Plotseling stierven de mussen in Washington D.C.

In de winter van 1994 stierven plotseling de talrijke Mexicaanse roodmussen (Carpodacus mexicanus) in Washington D.C.; de epidemie verspreidde zich daarna razendsnel naar het westen. De kleine zangvogels leden aan duidelijk zichtbare oogontstekingen, waardoor ze geen voedsel meer konden vinden en ook een gemakkelijke prooi voor roofdieren werden. Ondertussen is de ziekte in Californië aan de westkust van de V.S. gearriveerd. Biologen schatten het aantal slachtoffers alleen in de eerste drie jaar van de epidemie al op 225 miljoen. De veroorzaker van de ziekte is Mycoplasma gallisepticum, een bacterie, die eigenlijk als ziekteverwekker bij kippen bekend stond. M. gallisepticum heeft nu echter ook verwoestend toegeslagen bij Mexicaanse roodmussen.

Wetenschappers verdenken pesticiden er van nieuwe infectieziekten bij amfibieën, honingbijen, vleermuizen en merels te hebben veroorzaakt

In het laatste decennium zijn er een aantal nieuwe infectieziekten geconstateerd die amfibieën, honingbijen, vleermuizen en merels hebben gedecimeerd. Steeds meer wetenschappers verdenken bestrijdingsmiddelen er van de eigenlijke veroorzaker van deze epidemieën te zijn. Vermoed wordt dat blootstelling aan lage concentraties van bestrijdingsmiddelen een aantasting van het immuunsysteem veroorzaakt waardoor de gevoeligheid voor ziekteverwekkers toeneemt. De recente vloed van infectieziekten begon bij amfibieën. Wetenschappers ontdekten de veroorzaker - een schimmel die Batrachochytrium dendrobatidis wordt genoemd - in 1998. Meer dan 1.800 species van amfibieën worden momenteel met uitsterven bedreigd en er blijkt een sterke correlatie met het pesticiden gebruik te zijn. Zes jaar nadat wetenschappers de schimmelaanval op amfibieën ontdekten, begonnen geheimzinnige infectieziekten honingbijenvolken te decimeren. Tussen 2006 en 2009, vernietigden ziekteverwekkers jaarlijks 35 procent van de bijenvolken in de V.S. Veel deskundigen geloven dat deze ontwikkeling een samenspel van stress factoren (eenzijdige voeding, decennia van industriële imkerijpraktijken, en ziekteverwekkers) is. Maar er zijn nu overtuigende wetenschappelijke bewijzen dat uiterst geringe hoeveelheden van een nieuwe klasse van insecticiden, de neonicotinoiden, het immuunsysteem van honingbijen verzwakken.

De rol van bestrijdingsmiddelen bij de verhoogde bijenvolksterfte valt niet meer te ontkennen - en het is alleen maar de top van de ijsberg

Volgens de gegevens van het Nederlands Centrum voor Bijenonderzoek waren er in 2009 in Nederland ongeveer 7000 imkers die naar schatting 63.000 bijenvolken hielden. In 1985 waren er nog ongeveer 110.000 bijenvolken in Nederland. Het aantal volken honingbijen in Nederland is sinds 1985 dus bijna gehalveerd. De verwachting is dat het aantal bijenvolken in de komende jaren nog verder zal dalen. Chronische blootstelling van bijenvolken aan bestrijdingsmiddelen en met name aan de neonicotinoïde insecticiden (door besmetting van stuifmeel en nectar) is de oorzaak van de verhoogde bijenvolksterfte van de laatste jaren (die een bedreiging vormt voor de globale voedselproductie). Residuen van bestrijdingsmiddelen waaronder imidacloprid werden in grote getale teruggevonden in alle matrices van het honingbijenvolk (bijen, broed, honing, stuifmeel, propolis, was) in omvangrijke onderzoeken in Frankrijk, Duitsland en de Verenigde Staten. De toxicologen Henk Tennekes en Francisco Sánchez-Bayo ontdekten grote overeenkomsten in het dosis-werkingsprofiel van kankerverwekkende stoffen en neonicotinoide insecticiden, die er op wijzen dat een veilig blootstellingsniveau voor neonicotinoiden bij insecten en andere geleedpotigen in feite niet bestaat, en dat iedere hoeveelheid giftig is voor deze organismen.

Irish farmland birds pushed to brink of extinction

Previously common farmland birds such as the corncrake, curlew and yellowhammer are now perilously close to extinction in Ireland, according to a four-year (2007-2011) study of the island’s bird populations. The corncrake Crex crex, whose distinctive cry used to be the bane of sleepless farmers, has seen its breeding population plummet by more than 80 per cent in the past 20 years alone. Breeding populations of curlew Numenius arquata are following a similar trajectory, down 60 per cent. The yellowhammer Emberiza citrinella has seen its numbers drop by more than 40 per cent in the past 20 years. One farmland bird which has already become extinct here is the corn bunting Miliaria calandra. This bird was recorded in modest numbers in the previous 1988-1991 Atlas survey but has since fallen off the radar.

Onrustwekkende achteruitgang van flora en fauna in Europa

Het natuurlijke erfgoed van Europa laat, volgens nieuw onderzoek, een zorgwekkende daling zien. Met de Europese rode lijst, onderdeel van de rode lijst van bedreigde diersoorten™ van de internationale natuurbeschermingsunie IUCN, wordt de toestand van een aanzienlijk deel van de inheemse flora en fauna van de EU beoordeeld. Uit de beoordeling van ongeveer 6000 soorten blijkt dat 44% van alle zoetwaterweekdieren, 37% van de zoetwatervissen, 23% van de amfibieën, 20% van bepaalde groepen van landweekdieren, 19% van de reptielen, 15% van de zoogdieren en libellen, 13% van de vogels, 11% van bepaalde groepen van houtkevers, 9% van de vlinders en 467 soorten vaatplanten nu worden bedreigd.

La toxicité dépendante du temps des néonicotinoïdes et d'autres toxiques, implications pour une nouvelle approche d'évaluation des risques. Henk A. Tennekes et Francisco Sànchez-Bayo, JEAT 2011 S:4. Traduction Christian Pacteau.

Dans le texte proposé, deux éminents toxicologues, doublés d'excellents mathématiciens, Henk A. TENNEKES hollandais, et Francisco SANCHEZ-BAYO australien, ont mis en commun leur compétence pour démontrer que les "Tests Standards", aujourd'hui en usage dans le domaine des travaux préalables à l'homologation des substances chimiques -en particulier des pesticides-, ne sont pas en mesure de définir des "niveaux sûrs d'exposition", tant pour les êtres humains que pour la biodiversité. Cette incapacité relève tant des points de vue "conceptuel que statistique". S'appuyant sur les travaux, anciens certes, de Haber d'une part, et de Druckrey (pharmacologue) et Küpfmüller (mathématicien) d'autre part, mais pourtant toujours d'une évidente actualité, ils démontrent d'un côté les failles des Tests Standards, de l'autre ils démontrent qu'un test, fondé sur une base conceptuelle et une pratique différentes, le test "Time-To-Event" ou TTE, "Temps-pour-un-Evènement", permet au contraire de prévoir les effets probables, au cours du temps, des substances sur les espèces non-cibles. Ainsi s'effondre le postulat (idéologique car jamais démontré) de l'innocuité des "faibles doses". Sous certaines conditions, résultant de l'interaction entre la substance et les récepteurs de l'organisme, plus le temps d'exposition s'allonge plus la dose totale reçue diminue pour produire un même effet. La substance est ainsi plus toxique à faible dose qu’à forte dose, le temps jouant ainsi un rôle majeur dans l’expression de la toxicité. Ce démenti scientifique formel infligé au postulat "d'un seuil d'innocuité" des faibles doses ouvrira-t-il les yeux des différentes Agences gouvernementales ? Si l’on souhaite assurer la sécurité des humains et l’avenir de la biodiversité il y a urgence !
Christian Pacteau

Geen geld voor ernstig bedreigde soorten

Een amendement van mevrouw Wiegman van de ChristenUnie (CU), ingediend tijdens de begrotingsbehandeling Natuur, waarin het kabinet werd gevraagd om voor de korte termijn geld vrij te maken voor de bescherming van ernstig bedreigde soorten heeft geen meerderheid gekregen. Het gaat daarbij om soorten zoals de grote vuurvlinder Lycaena dispar, de blauwe kiekendief Circus cyaneus en de muurhagedis Podarcis muralis. Naast CU hebben de PvdA, SP, GroenLinks, SGP en PvdD het amendement gesteund.

Inhalt abgleichen